Kleinkunst Ik wou
Door Toon Tellegen & Het Wisselend Toonkwintet
Gezien 12 november 2018, De Kleine Komedie (Amsterdam)


Als een groot kind zit hij achter een veel te kleine lessenaar, keurig in het stramien. Blik vrijwel steevast op zijn papieren gericht, maar toch hele werelden oproepend – precies als de schooljongen die hij vroeger wellicht was en die al fantaserend en schrijvend ontsnapte aan ongewenste rekenlessen.  

Zo zijn ook de portretten van de kinderen, die op de schildersezel of op het achterdoek geprojecteerd worden: vastgesnoerd in hun zondagse kleding, tot aan het bovenste knoopje dichtgesnoerd, maar in hun ogen lees je een heimelijk verlangen naar andere, vrijere werelden.

En dan zijn er nog de vijf jazzmuzikanten die verspreid op het podium zitten en zich evengoed met volle, vrolijke overtuiging afzetten tegen elk stramien, elke regel of verwachting.

Zie daar de ingrediënten van het van vijf kwartier durende theaterprogramma Ik wou, met Toon Tellegen & Het Wisselend Toonkwintet. Dat kwintet is een jazzformatie onder leiding van Corrie van Binsbergen, die in het verleden al muziek verzorgde bij Tellegens verhalenbundel De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne (2003) en (met het kwintet) al diverse programma’s maakte rondom zijn dierenverhalen (2006-2016).

Voor deze tournee bestaat de vijfkoppige band uit Corrie van Binsbergen op gitaar, Joost Buis (trombone), Albert van Veenendaal (prepared piano), Hein Offermans (bas) en Alan ‘Gunga’ Purves (percussie).

Ik wou is gebaseerd op het gelijknamige boek dat Tellegen en illustrator Ingrid Godon in 2011 maakten. Godon maakte een reeks portretten en Tellegen schreef daarvanuit korte overpeinzingen, fantasieën, mijmeringen. Ontsnappingspogingen, dat zijn het eigenlijk allemaal.

Tellegen weet met een kinderlijke eenvoud grote maatschappelijke, filosofische kwesties te bevragen. Zijn kernachtige miniatuurtjes over verlangende kinderen leggen in al hun lichtheid ook een grote treurigheid aan de dag – juist omdat al deze uiteenlopende hartenkreten (ik wou ik dat ik een bijzonder huisdier had, een neushoorn bijvoorbeeld; ik wou dat ik alleen was, nee, dat is nog te veel, ik wou dat ik niemand was; ik wou dat geluk een ding was) nooit ingelost zullen worden. Wij volwassenen weten dat, helaas.

Van Binsbergen componeerde muziek die nauwgezet reageert op de toon van de taal van Tellegen –  vrolijkheid, speelsheid, ondeugd, melancholie. Is de verteller op zoek naar een mysterie, dreunen er geheimzinnige bastonen door de ruimte. De muziek werkt ondersteunend en versterkend, maar druist eigenlijk nooit in tegen de taal. Ik had wel iets meer van het stille verzet dat in de taal besloten zit, willen terughoren in de muziek.

Ik wou is een warm badje jeugdige verwondering zoals je dat van Toon Tellegen verwacht. Een avond die je onderuitgezakt en met je ogen dicht over je heen kan laten komen. Spannend is het geenszins, je zit geen moment op het puntje van je stoel, de avond had ook geen seconde langer hoeven te duren, maar de meanderende gedachtestromen laten je maar moeilijk zonder glimlach de theaterzaal verlaten.