Theater Kras
Door Toneelschuur Producties
Gezien 15 november 2018, Toneelschuur (Haarlem)


In Kras van toneelschrijver Judith Herzerg wordt er vier nachten op rij ingebroken in het huis van de zeventigjarige Ina. Maar het vreemde is: er wordt niets meegenomen, de dief laat alleen een ongelofelijke rommel achter.

Of die insluiper wel of niet bestaat – regisseur Paul Knieriem formuleert er geen eenduidig antwoord op – het zorgt er in ieder geval voor dat Ina haar kinderen (en aanhang, zeven stuks in totaal) weer volop te zien krijgt. Die nemen haar problemen met een gemakzuchtige korrel zout, liever grijpen ze de gelegenheid aan om hun persoonlijke en onderlinge problemen te spuien.

Knieriem brengt het stuk precies dertig jaar na de eerste uitvoering (van Maatschappij Discordia in 1988, óók in de Toneelschuur). Het is na tien jaar zijn afscheidsvoorstelling bij Toneelschuur Producties; in januari begint hij als artistiek leider bij de Toneelmakerij.

Knieriem plaatst het nauwgezette realisme van Herzbergs idioom in een licht vervreemdende, frontale speelstijl – wat de afstand tussen deze familieleden behoorlijk benadrukt. Als de personages niet in de scène zitten, slaan ze het schouwspel vanachter de lange eettafel achterin of het breedbeeld videoscherm op het achterdoek, alsnog wantrouwend gade.

Er wordt smeuïg gespeeld door de fijne, achtkoppige cast – met als uitschieter een schaamteloze, ontroerende uitbarsting van Keja Klaasje Kwestro als schoondochter Mary.

Maar uiteindelijk draait alles om Marlies Heuer. Want in Knieriems verder vrij brave regie, blijkt niet die mysterieuze insluiper het grootste raadsel, maar de fenomenale, ongrijpbare adaptatie die Heuer aan Ina geeft. Ze is geen ontredderde bejaarde – al lijkt ze dat soms te suggereren – maar scherp en ondeugend. Ze speelt de zeventigjarige vrouw met de sprankeling van een kind. Wie is deze vrouw? Is haar afhankelijkheid eigenlijk manipulatie, of andersom? Of neemt ze stilletjes afscheid van haar kinderen, maar zijn die te druk met zichzelf om dat door te hebben?

“Ik verlang verschrikkelijk naar een betonmolen om erin te worden vermalen,” zegt ze in haar slotmonoloog – voordat ze verlossing vindt, sterft, en haar kinderen als aasgieren klaarstaan de inboedel leeg te roven.