Theater Strindberg en dal
Door De Gemeenschap
Gezien 30 november 2018, Toneelschuur (Haarlem)


“Theater, dat is gestileerde paringsdans,” vindt de regisseur van de fictieve theatergroep &Co, die hand heeft weten te leggen op een recent opgeduikeld drama van de Zweedse toneelschrijver August Strindberg. Zagen we in een eerdere voorstelling van De Gemeenschap, De Shakespeare Club (2017), een amateurclub zich vastbijten in een Shakespeareaans koningsdrama, nu zien we een klein vlakkevloergezelschap zich verhouden tot het sobere realisme van Strindberg. Dal in de mist, heet het werk, waarin frontsoldaat Vlado tijdelijk bij een moeder en dochter inwoont en hen onbedoeld het hoofd op hol jaagt.

In zijn spitsvondige toneeltekst laat Rob de Graaf zien hoe (slecht) integriteit en ijdelheid zich tot elkaar verhouden. Dic van Duin speelt een briesende regisseur, die uitsluitend zwetst over elementaire spelingangen, instincttheater en driften. “Beetje kneden, beetje Spielerei.”

Hij wordt op de voet gevolgd door zijn overijverige regieassistente Tessa Jonge Poerink, met heimelijke maar vastberaden ambitie zelf de spotlights op te eisen.

Op de repetitievloer zien we &Co-veteraan Monique Kuijpers tegenover de jonge Henke Tuinstra – net van de toneelschool en in eerste instantie nog erg door alles geïmponeerd. Hun onderlinge verhoudingen resoneren mooi met hun te spelen personages: Henke en Monique strijden om erkenning van hun regisseur zoals hun personages strijden om aandacht van de soldaat (Barnaby Luke Savage).

Echt spannend wordt het als Dic na een moeizame repetitie iedereen naar huis stuurt, maar Henke nog vraagt om een uurtje te blijven, om ‘à deux’ nog aan wat dingen te werken. “Een paar overgangen die niet helemaal lekker voelen.” Wat al vanaf het begin in de lucht hangt, wordt nu pijnlijk tastbaar: geïsoleerd van hun collega’s probeert hij schaamteloos Henkes grenzen te overschrijden. In de ineens sobere regie van Roy Peters levert dit een gitzwarte toneelscène op, die een keerpunt in het stuk vormt.

Maar Henke bijt van zich af, en zo ontpopt Strindberg en dal zich van hilarische komedie tot een messcherpe haal naar de theatersector en de tijdgeest in het algemeen. Extra pijnlijk is hoe Dic zichzelf als gevallen regisseur stug het slachtoffer blijft vinden, en hoe moeilijk het is voor de betrokkenen om zich uit te spreken en echt afstand van hem te nemen.

Zoals in Dal in de mist de frontsoldaat uiteindelijk zonder kompas het dal wordt ingestuurd, gedoemd voorgoed te verdwalen, is de regisseur zijn kompas hier uiteindelijk net zo goed kwijt. Maar niettemin lijken we, heel voorzichtig, toch de goede richting op te gaan.