Theater Lam Gods
Door NTGent
Gezien 24 januari 2018, Internationaal Theater Amsterdam


De komende weken staat regisseur Milo Rau centraal in de schouwburg, tijdens het jaarlijkse festival Brandhaarden. Rau trad afgelopen zomer aan als artistiek leider van NTGent. Lam Gods, zijn eerste voorstelling aldaar, is een hedendaagse, theatrale vertaling van het gelijknamige twaalfdelig altaarstuk uit de vijftiende eeuw van Hubert en Jan van Eyck, dat in de St-Baafskathedraal in Gent hangt, letterlijk naast de thuishonk van het theatergezelschap.

Net als de gebroeders Van Eyck, laat Rau in zijn herschepping lokale Gentenaren figureren als Adam, Eva, Jezus, kruisvaarders en engelen. Ze worden door NTGent-veteranen Frank Focketyn en Chris Thys geïnterviewd over hun motieven omtrent dit project. Een video-installatie op het achtertoneel toont de hedendaagse adaptatie van het paneel.

Een Gents kunstenaarsechtpaar vertolkt Adam en Eva. Zonder enige omhaal zijn beiden naakt als ze over hun relatie en hun vruchtbaarheid worden geïnterviewd. Dat geeft hun verhaal een mooie, onnadrukkelijke kwetsbaarheid. Het gesprek eindigt in een intieme, fysieke verstrengeling – voor het oog van een Gents kinderkoor dat de engelen op het retabel vertegenwoordigt.

Indrukwekkend is het verhaal van Rames, een Afghaanse vluchteling; hij vertolkt een hedendaagse Sint Christoffel, beschermheilige van de reizigers. De moeder van een jihadstrijder figureert als Moeder Maria. Het verhaal van haar geradicaliseerde zoon, die zich van haar afkeert om met een religieuze missie de wereld in te trekken en uiteindelijk sterft in de strijd, resoneert zo op spannende wijze met dat van Jezus.

Tussen alle interviews door is het offeren van het schaap een theatraal hoogtepunt.  Een herder neemt een schaap mee naar het voortoneel, en omringd door alle figuranten wordt het dier vervolgens niet geslacht, maar kaalgeschoren – terwijl Agnus Dei aanzwelt en we achter hen op video wel degelijk zien hoe een schaap aan vleeshaken wordt gehangen en geslacht.

Het scheren krijgt een haast rituele lading, en is zowel choquerend als louterend. In plaats van een letterlijke illustratie van een slachting, kiest Rau voor een theatrale vertaling van de wedergeboorte. Het vers geschoren schaap symboliseert nieuw leven, het scherm daarachter toont tegelijkertijd een wereld van bloedvergieten – dat is de wereld waarin we ons bevinden.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding.)

Foto Lam Gods: Michiel Devijver

Niettemin blijft het problematisch dat de voorstelling als geheel vooral aanvoelt als een veilige aaneenschakeling van sympathieke interviewtjes. Waar Rau in eerder werk een groot overkoepelend drama uitbeent om zowel spelers als publiek tot actie en reflectie aan te zetten, is Lam Gods vooral te lezen als een rituele viering die saamhorigheid en solidariteit predikt, maar de daadwerkelijke problemen daaromtrent niet uitdiept.

Want hoe indringend sommige verhalen ook zijn, het stuk wordt nooit echt kritisch. De deelnemers krijgen precies de ruimte die ze zelf willen innemen, maar worden nergens uit evenwichtig gebracht, uitgedaagd of op spannende manier bevraagd. Dat hun verhalen relevant en indrukwekkend zijn, is bij lange na niet altijd een verdienste van het kunstwerk.

De rust en het onderlinge respect die er van dit werk uitgaan, zijn als maatschappelijke waarden misschien belangrijker dan ooit, maar uiteindelijk dodelijk voor een theaterervaring.