Theater JA
Door Wat We Doen, Theaterbureau De Mannen
Gezien 14 februari 2019, Internationaal Theater Amsterdam


Zoals het Nederlandse woord ‘gezellig’ niet echt goed te vertalen is, bestaat er ook geen sluitende vertaling voor het Marokkaanse woord ‘hshouma’. Het betekent zoiets als taboe, schaamtevol, afkeuring.

Zoenende actrices op televisie, dat was vroeger bij Nasrdin Dchar thuis al behoorlijk hshouma. Maar zelf kreeg hij als begintwintiger verkering met een meisje dat niet Marokkaans was, en bovendien geen moslim. Hshouma.

Na solo’s over zijn moeder (Oumi) en zijn vader (DAD), neemt Dchar in JA zijn liefdesleven onder de loep. Dat begon vijftien jaar geleden in een danscafé in een Brabants dorpje. Hij met een flesje Orangina met een rietje, zij met een zoete witte wijn. Hij moslim, zij niet. Op slag verliefd.

De verschillen tussen hen zijn groot, maar zo lang ze het er niet echt over hebben lijkt het te werken. Totdat hij haar tien jaar later eindelijk ten huwelijk vraagt, en ze samen een bruiloft moeten plannen. Haar op de mond kussen na het jawoord? Hshouma! Alcohol schenken op het feest? Hshouma! Ineens is het geen optie meer om de verschillen te ontkennen of te negeren. En dat zijn ze niet gewend.

Zoals Dchar en zijn vriendin de neiging hebben belangrijke zaken onbespreekbaar te laten, blijft JA ook lange tijd aan de ongevaarlijke kant. We zien uitgebreid hoe zijn relatie in de aanloop van de bruiloft vastloopt, maar niet hoe ze elkaar uiteindelijk terugvinden. Terwijl juist dat interessant en leerzaam is om inzichtelijk te maken op het toneel.

Samen met regisseur Floris van Delft schreef Dchar een monoloog die volop schakelt in vorm en perspectief. Hij speelt niet alleen zichzelf, maar ook iedereen om hem heen. Dat pakt niet altijd even sterk uit; de manier waarop hij bijvoorbeeld zijn vriendin speelt – tikkeltje dramatisch, tikkeltje karikaturaal – maakt het moeilijk inleven.

JA is eigenlijk op zijn sterkst in alle soberheid, als Dchar hardop zijn gedachten ordent. Dan tekent zich de spagaat waarin hij zich begeeft, tussen de Marokkaanse en de Nederlandse cultuur, haarscherp uit.

In Nederland moet alles bespreekbaar zijn. In Marokko niet, integendeel: “Wij hebben geleerd hoe het hoort, en alles wat je daarnaast doet, dat zeg je niet.” Het is mooi hoe Dchar ondanks alle strubbelingen die hij met beide culturen ervaart, nergens die culturen veroordeelt. Zijn liefde voor de Marokkaanse cultuur is even groot als die voor zijn vrouw, en hij wil niets liever dan die verenigen.

Dchar en zijn vrouw hebben, na een decennium lang ontkennen, geleerd om met elkaar te praten. Dat dat soms op ruzie uitdraait is niet erg: “Laat het maar moeilijk zijn.” Hetzelfde geldt voor de omgang met andere culturen. Het is beter dat het moeilijk is, dan dat je het uit de weg gaat. Zo bouwt Dchar met deze solo gestaag verder aan een belangrijk oeuvre dat aanzet tot verbinding.

LIEVE STAD
JA is de openingsvoorstelling van het festival Lieve Stad in Internationaal Theater Amsterdam. Met theater, dans, muziek en een uitgebreid randprogramma viert de schouwburg de diversiteit van de stad. De naam is ontleend aan de woorden van voormalig burgemeester Eberhard van der Laan. Het festival duurt tot en met 22 februari.