Theater Het temmen van de feeks
Door Toneelschuur Producties
Gezien 28 februari 2019, Toneelschuur (Haarlem)


In Shakespeares Het temmen van de feeks (1594) ligt het ongebreidelde seksisme er zo dik bovenop dat je er als theatermaker haast niet aan ontkomt daar ‘iets’ mee te doen. Recente adaptaties grijpen het stuk dan ook aan om het over heteronormativiteit of gevestigde genderpatronen te hebben (vijf queer-vrouwen speelden vorige maand Shrew Her in regie van Ira Kip, bij De Getemde Feeks van Shakespearetheater Diever uit 2017 bepaalde een loting bij aanvang de genders van de hoofdpersonages).

Shakespeare schreef eigenlijk een toneelstuk in een toneelstuk: het verhaal van de getemde zuster wordt verteld ter vermaak van een koopman en een zwerver. Dat heeft regisseur Nina Spijkers weggelaten, maar in haar adaptatie resoneren wel heel expliciet de personen áchter de personages.

Ze vangt het stuk aan met een vrij expliciete genderomkering: de acteurs krijgen borsten, een jurk en hoge hakken aangemeten en de actrices binden een penis voor en steken zich strak in het pak. Over de speakers klinkt Stereo Total: “Ich hab einen Komplex / Mit dem Sex / Meine Libido ist ein Fiasko.”

Zo wordt de obligate scheiding die het toneelbeeld (Katrin Bombe) uitdraagt – links een lieflijk geel huiskamertje, met strijkijzer en droogkap; rechts een blauwe buitenruimte, vol gereedschap aan de muur en robuuste stukken hout – in de rolverdeling meteen geslecht.

De uitgebeende bewerking focust op Bianca en Katherina: de lieftallige, gewilde jonge vrouw en haar onaangepaste, briesende zus, die – hoe durft ze?! ­– aanvankelijk alles in het werk zet haar autonomie te bewaren.

Bianca (Xander van Vledder) mag pas trouwen als haar zus aan de man is, en dus vinden haar verzamelde minnaars de rijke Petruchio (een ijzige Astrid van Eck) bereid zich aan Katharina te wagen.

Waar Katherina ­(Roeland Fernhout) van zich afbijt om haar eigenwaarde te verdedigen, is Petruchio een regelrechte maniak, die niets onbenut laat zijn vrouw te onderdrukken.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding.)

Foto: Sanne Peper

Op Petruchio na, worden alle mannenrollen gespeeld door Linde van den Heuvel, Julia Lammerts en Anne-Chris Schulting – soms dwars door elkaar, soms synchroon driestemmig. Op die manier reduceert Spijkers de mannelijke personages tot inwisselbare spreekbuizen, die elkaar voortdurend nabootsen, terwijl ze strooiend met middelvingers elkaar proberen af te troeven. Testosteronbommetjes zonder eigen identiteit. Soms ligt de karikatuur hier wel erg dik bovenop.

Petruchio komt bij zijn huwelijk niet opdraven als zwerver, zoals in het origineel, maar als bruid. Door een vrouw te laten zien die een man speelt die zich als vrouw verkleedt, confronteert Spijkers ons ook met onze eigen heersende aannames rondom gender. Verhelderend door te verwarren; dat is Spijkers op haar best.

Door de omkering krijgen alle personages een soort genderfluïditeit, wat hen zeker boeiender maakt dan de obligate invulling die Shakespeare – satirisch bedoeld of niet – optekende. Zo zie je achter het sadistisch genoegen dat Petruchio schept uit het vernederen van Katherina, ook voortdurend de actrice die nu eindelijk eens onwrikbaar en meedogenloos om zich heen mag meppen. Alsof ze tegelijkertijd jaren aan dienende vrouwenpersonages van zich afslaat. En voor het eerst begrijp je die Petruchio wel.