Theater Bovenkamer
Door Theater Tocht
Gezien 8 maart 2019, Willem Slok, Café Theater Festival (Utrecht)


Schuchter komen ze de trap af, met grote ogen kijken ze het café in. ‘Het had veel erger kunnen zijn’, constateert een van hen. En: ‘Ze hadden ook met minder kunnen zijn.’ Maar nee, we zijn met veel, het café staat helemaal vol en met angstige, maar nieuwsgierige blikken speuren ze de ruimte af.

Bovenkamer van Theater Tocht draait om drie zussen die vermoedelijk na lange tijd de trap afdalen en zich verwonderen om wat zich daar beneden afspeelt. Drie jonge vrouwen, die innig met elkaar verbonden zijn en tegelijkertijd los van elkaar proberen te komen. Al snel ontdekken ze dat ze het publiek, waar ze aanvankelijk met een zekere terughoudendheid naar kijken, uitstekend kunnen gebruiken om zich tegen de andere twee af te zetten.

Ze zijn aanhankelijk, afstotelijk, meelijwekkend en boosaardig. Bovenkamer is regelrecht horrortheater – enerzijds door de sterke tekst die Mick Lindo schreef: een stemmenpartituur die precies de goede balans vindt tussen het oproepen en het inlossen van vragen omtrent deze personages; anderzijds door het ijzingwekkende spel, en dan met name de indringende mimieken, van Katelijne Beukema, Eileen Graham en Patsy Kroonenberg.

Het is op het Café Theater Festival altijd spannend om te zien hoe de jonge makers de aandacht van een volgepakte kroeg voor zich weten te winnen, en vaak gebeurt dit met een hoop bombarie. Maar in de stijlvaste regie van Marijn van den Bogaard vinden deze makers juist in de verstilling en het mysterie de volle focus van het publiek – dat is een bijzondere verdienste.

Beurtelings spelen de zussen spelletjes met het publiek, maar gaandeweg dringt het besef door dat ze eigenlijk vooral spelletjes spelen met elkaar. De toeschouwers zijn willoze speelballen in een doorwrocht en meedogenloos spel van aftroeven. En dan besluipt je ineens het vermoeden dat deze drie personages helemaal niet na zo’n lange tijd weer onder de mensen zijn, maar dat ze dit spel misschien wel dagelijks spelen. En, terwijl ze krampachtig hun vastgeroeste rolpatronen proberen te doorbreken, en afstoten waar ze eigenlijk eigenlijk juist om geven, dringt langzaam de vraag op: spelen we ergens niet allemaal onze eigen variant van dit soort spelletjes?

Bovenkamer is een voorstelling die onder de huid kruipt en na afloop nog doorwerkt. Hoewel begrijpelijk, is het oprecht jammer dat de voorstelling uiteindelijk zo officieel en abrupt wordt afgekondigd. Het doorbreekt de illusie die het eigenlijke einde, dat eigenlijk meer een anti-einde is, zo mooi inzet.