Theater Le Bal
Door Jakop Ahlbom Company
Gezien 22 maart 2019, Theater de Meervaart (Amsterdam)


Terwijl in de schouwburg op het Leidseplein het Boekenbal plaatsvond, ging vrijdagavond in Theater de Meervaart Jakop Ahbloms Le Bal in première. Zijn nieuwe voorstelling omvat honderd jaar westerse geschiedenis, verbeeld in iconische gebeurtenissen, dans- en muziekstijlen.

De voorstelling (geïnspireerd op de gelijknamige film van Ettore Scola) speelt zich af in een danslokaal met een barretje en podium: een arena die vastigheid in woelige tijden uitstraalt, waar men elkaar opzoekt om te ontsnappen aan de dagelijkse beslommeringen, die natuurlijk niet buiten die muren te houden zijn.

Als een hapklaar diorama trekt de geschiedenis aan het publiek voorbij. Van de invoering van het vrouwenkiesrecht precies honderd jaar geleden, via de Tweede Wereldoorlog, de eerste man op de maan tot de selfiegeneratie van nu. Maar ook dans en muziek evalueert mee: van tapdansen tot crowdsurfen, Cole Porter tot Elvis Presley; de viermansformatie Alamo Race Track vangt de voorbijtrekkende tijdgeest in bijpassende muziek, waarbij de instrumenten gaandeweg worden ingeruild voor een set mengpanelen en elektrische drums. Net als in de treffende kostumering (Esmée Thomassen) zit dat vol opverende herkenningselementen, maar is het allemaal wel erg één-op-één. Het kenmerkende visueel vernuft van Ahlboms werk komt hier maar mondjesmaat naar voren.

Ahblom laat niet zien hoe gebeurtenissen op elkaar inwerken, hij toont niet de complexe invloed die het een op het ander uitoefent, de voorstelling is een brave afwisseling van uitgesponnen momenten die elkaar rustig opvolgen, keurig in de chronologie van de geschiedenis, waardoor het publiek passief achterover kan leunen.

Bovendien voelt de materiaalkeuze te willekeurig. Je ontkomt er niet aan dat je moet selecteren als je een eeuw aan westerse geschiedenis wil tonen, maar op grond waarvan Ahlbom heeft gekozen blijft onduidelijk. De voorstelling legt, behalve de uitwaaierende lijn van de geschiedenis, geen overkoepelende dramaturgie aan de dag – het schiet voortdurend van grote gebeurtenis naar kleinmenselijk en intiem, van zwaarmoedig naar satirisch, van poëtisch naar eenduidig. Wat Ahlbom met deze voorstelling wil vertellen blijft volstrekt onduidelijk. Hooguit toont de voorstelling hoe zorgeloosheid en tegenspoed elkaar voortdurend afwisselen – iets wat overigens een tamelijk kortzichtige lezing van de geschiedenis is.

De voorstelling eindigt met de uitgekauwde kritiek van de appende mens, die nu geïsoleerd op de dansvloer staat, blikken strak op de telefoons gericht. En om dat nog even aan te zetten voert Ahlbom bovendien twee vluchtelingen op, die zielig en verloren om zich heen kijken. Zo vervalt de voorstelling op de valreep ook nog in gemakkelijke, holle generatiekritiek.