Theater Rijsen & Rooxman, de dikke Muiz & Sjors
Door mugmetdegoudentand, Adelheid+ZINA
Gezien 31 maart 2019, Theater Bellevue (Amsterdam)


Rijsen & Rooxman, de dikke Muiz & Sjors – de titel, een verhaspeling van de namen van de vier spelers, illustreert meteen hoe de levens van deze mensen onlosmakelijk door elkaar heen zijn gelopen. Titus Muizelaar vormt inmiddels al twintig jaar een stel met Adelheid Roosen, maar daarvoor was hij samen met Lineke Rijxman. Roosen en George Groot hebben een artistiek gedeeld verleden dat jaren teruggaat – ook een wezenlijke verwantschap dus, wellicht zelfs een vorm van liefde.

Vanuit dat autobiografisch gegeven – waar de voorstelling overigens snel aan ontstijgt – vertrekt deze lunchvoorstelling. Roosen nam het initiatief tot deze theaterconfrontatie – de rest ging weifelend akkoord. Samen reconstrueren ze hun verleden, tot aan het moment dat ze besloten deze voorstelling te maken. Zoekend naar universele waarden en pijnen, proberen ze hun ambigue verhoudingen tot elkaar te duiden.

De focus ligt daarbij op de driehoek Rijxman, Muizelaar en Roosen. Dat wordt versneden met een portret rondom Groot – die een gelukkig huwelijk (met bijbehorend onuitgesproken verlangen en verdriet) met een vrouw achter de rug heeft en inmiddels samen is met een jongen. Hij speelt de vader van Rijxman en Roosen. Gaandeweg gaat opvoeding en ouderschap ook in de andere verhaallijn een belangrijke rol spelen.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding.)

Foto: Leendert Vooijce

Het publiek zit in plukjes verspreid over de speelvloer in de verder gestripte Palonizaal in Bellevue. Vaak zoeken de acteurs de fysieke grenzen bij de toeschouwers op, soms gaan ze daar overheen. Alles komt heel dichtbij en dat pakt niet altijd goed uit. Tegenover het gelaagde spel van Rijxman, en de prettige ingetogenheid van Muizelaar en Groot, steekt het vooral drammerige spel van Roosen flets af.

Mooier zijn de subtiele overpeinzingen in de sterke tekst. Rijxman die zichzelf bijvoorbeeld als ‘neurotisch trouw’ omschrijft, Groot die als acteur aangeeft altijd voor de hoofdrol te willen gaan, maar in zijn persoonlijke leven maar een bijrol lijkt te spelen. Dat zijn ontroerende, confronterende gewaarwordingen. Als ze er even niet meer uitkomen vluchten ze in de muziek: dan schalt Vivaldi in veelzeggende driekwartsmaat door de ruimte: “een, twee, drie, een, twee, drie.

Zo ontvouwt zich een mooi, intiem portret over de wonden die liefde achterlaat, over verantwoordelijkheid, nalatigheid en opvoeding. Sommige scènes worden herhaald vanuit een ander perspectief; dat illustreert de subjectiviteit van de waarneming. Soms spelen ze een versie van zichzelf, soms elkaar – de geschiedenis is op tal van manieren te benaderen en de waarheid, zo blijkt uit deze voorstelling, nestelt zich in ieders geheugen altijd op een andere manier. Het kan zinvol zijn die eens aan elkaar te toetsen – niet om te kijken wie er nu eigenlijk gelijk heeft, maar omdat het verhaal dat er wezenlijk toe doet waarschijnlijk zit in de verschillen tussen elkaars waarheden.

Die realisatie kan vijanden verbinden en vriendschappen versterken. Net als het besef dat liefde per definitie óók pijn is – of je nu wel of niet meer samen bent.