Theater In Wankel Evenwicht
Door Toneelschuur Producties, Internationaal Theater Amsterdam, Maren E. Bjørseth
Gezien 3 april 2019, Toneelschuur (Haarlem)


Midden in een uitgestrekte, dorre en herfstkleurige woestenij is een klein huis opgetrokken: een paar luttele vierkante meters beschaving, orde en evenwicht dat alle stormen trotseert en ook vanavond standvastig overeind blijft.

Het is het huisje waar het echtpaar Tobias en Agnes (Hajo Bruins en Malou Gorter), na de nodige klappen te hebben verwerkt, beschutting zoekt. Maar waar ook Agnes’ zus (Janneke Remmers) zich tegen wil en dank ophoudt en vervolgens hun inmiddels volwassen dochter Julia (Carina de Vroome), wier vierde huwelijks onlangs op de klippen liep, zich meldt. En dan kloppen bovendien hun goede vrienden Harry en Edna (Thomas Cammaert en Emma Josten) nog aan, overvallen door onverklaarbare doodsangst. En geen van hen heeft het voornemen spoedig te vertrekken.

Edward Albee schreef In Wankel Evenwicht in 1966, vier jaar na zijn meest beroemde stuk Who’s Afraid of Virginia Woolf (dat, voor de liefhebber, vanaf morgen te zien is in Frascati, door toneelgroep Dood Paard). Met zijn kenmerkende gitzwarte humor fileert Albee in beide stukken het kleinburgerlijke leven, door buitenstaanders te laten infiltreren in een vastgeroest huwelijk. In Who’s Afraid… nodigen George en Martha die buitenstaanders zelf uit, in In Wankel Evenwicht melden ze zich ongevraagd. En in beide stukken ontwaar je als toeschouwer gaandeweg welke gedeelde pijn het echtpaar voor de rest van hun leven zowel bindt als van elkaar afdrijft.

Albee bevraagt in In Wankel Evenwicht de voorwaarden van een veilig thuis, en rekt de grens tussen gast en indringer op spannende wijze op. Uiteindelijk blijkt het uitgebluste echtpaar hun ongewilde gasten harder nodig te hebben dan aanvankelijk gedacht. Dat besef komt, zoals dat gaat, uiteraard uitgerekend op het moment dat ze toch besluiten te vertrekken.

Vooral Bruins en Gorter excelleren met fijn spel. Bruins, aanvankelijk irritant initiatiefloos, werkt zorgvuldig naar een smakelijke uitbarsting toe en omarmt vervolgens op prachtige wijze wat hij daarvoor verachtte: “Kom maar hier met je pest!”

En Gorter – kaken op elkaar geklemd – is onnavolgbaar als verbeten, onwrikbare en gepijnigde vrouw. We zijn vormvast, zegt ze. “Dat betekent dat we handhaven, we houden het vast, of we nu trots op die vorm zijn of niet.”

Daardoor, en door de sterke tekst, is In Wankel Evenwicht best een onderhoudende voorstelling, maar uiteindelijk mis je toch een scherpe blik die het stuk enigszins naar deze tijd kantelt. Dat een ondefinieerbaar gevoel van dreiging van alle tijden is en mensen het gevoel hebben dat hun veilige haven (‘ons land’) wordt binnengedrongen, is evident – maar een spannende kijk werpt regisseur Maren E. Bjørseth daar niet op. Haar wat kleurloze regie maakt het uiteindelijk toch tot een kabbelende, weinig verheffende toneelavond.

Zo waait uiteindelijk de storm over, wordt het evenwicht hersteld, komt de zon weer (letterlijk) op, begint de wereld weer met draaien en draait dus alles weer (ook letterlijk) alleen om hen. Een mooi eindbeeld voor de voorstelling misschien, alleen heb ik niet bepaald het idee dat daarbuiten alles ook weer terugkeert naar hoe het was, dat degenen die kwamen weer vertrekken en alles weer dat oude evenwicht hervindt – als dat al bestond.