Theater Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or
Door De Warme Winkel, Grand Theatre Groningen
Gezien 1/3, Het Nationale Theater (Den Haag)


Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or – het is niet alleen de titel van deze voorstelling, het prijkt ook in oplichtende neonletters op het achtertoneel. Gaat Rietveld echt een serieuze gooi doen naar de jaarlijkse toneelprijs voor ‘de meest indrukwekkende mannelijke, dragende rol’?

Aanvankelijk wekt hij wel degelijk die indruk, met een sober ingeleefde adaptatie van Thomas Bernhards De Wereldverbeteraar (“die mopperende witte man”), het stuk dat volgens statistieken de grootste kans op een nominatie biedt.

Rietveld wordt bijgestaan door vijf jonge spelers die als een Grieks koor de voorstelling becommentariëren. Maar eerst vergasten ze het publiek op een uitgebreide stoomcursus Louis d’Or-feitjes.

Dan kan hij eindelijk beginnen aan wat zijn ultieme krachttoer moet worden: “Het ei zacht, de saus zoet, zoet de saus.” Maar Rietvelds expliciete poging (weinig subtiel benadrukt door de metergrote letters achter hem) zit natuurlijk elke mogelijke verbinding in de weg.

Dat concludeert ook het koor, dat al snel in verzet komt tegen zijn ijdele ambitie. “Ga je echt het hele stuk spelen?” Rietveld laat zich niet uit het veld slaan: “Hoe groter de tegenwind, hoe sterker de prestatie.”

Maar het rebellerende koor weigert in te schikken. Ze hekelen Rietvelds individualisme. Zij vereenzelvigen zich liever met het collectief, verwijten hem verantwoordelijkheid te ontlopen. Snotneuzen, noemt Rietveld ze op zijn beurt. Idealisten die zich verschuilen in een collectief.

Zo verglijdt dit stuk in een spannend conflict tussen ijdelheid en opofferingsgezindheid – én tussen jong idealisme versus vastgeroeste denkpatronen. Daaruit blijkt ook al snel een maatschappelijke agenda.

Want hoe profileer je je in een overbevolkte wereld? Ga je op in de massa en hou je je zo klein mogelijk of geldt het juist als motivatie om boven het maaiveld uit te steken? En welke culturele, ecologische en maatschappelijke erfenis wil je achterlaten? Krijgt een leven – en daarmee een tijdgeest – meer betekenis bij een expliciete blijk van waardering – bijvoorbeeld in de vorm van een schilderij in de hoofdstedelijke schouwburg? Is dat nalatenschap die ertoe doet of persoonlijke, en dus nietszeggende ijdeltuiterij?

Terwijl bij Rietveld elk breder maatschappelijk belang het moet ontgelden voor zijn eigen egotripperij, zit in het consequent afwijzen van individualistische ambities van zijn vijfkoppige tegenspeler ook een zelfgenoegzaam snobisme.

Zo wordt in de confrontatie tussen het collectief en het individu op intelligente wijze gespeeld met de loyaliteit met het publiek, dat voortdurend partij moet kiezen in een debat dat gaandeweg alle proporties uit het oog verliest, en in plaats van ook maar de geringste poging toenadering te zoeken, verzandt in een stug moddergooien.

Kim Karssen, Mirthe Labree, Lisa Schamlé, Rob Smorenberg en David Westera vertolken als synchroon pratend koor ‘het tegenspel’, de rol die aanvankelijk alleen maar dienend is, maar gaandeweg steeds sturender wordt.

Zodra Rietveld zich realiseert hoe afhankelijk zijn ‘dragende’ rol is van dat tegenspel, probeert hij ze konkelfoezend (en tevergeefs) weer voor zich te winnen. Op een gegeven moment geeft hij zich, als een echte tragische held, gewonnen en laat zich een emotionele spijtbetuiging ontlokken. Maar laat dat nou toevallig een monoloog zijn waarin hij kan excelleren met ontroerend en meeslepend toneelspel.