Theater Er was eens een pretpark!
Door Theatergroep Suburbia
Gezien 18 april 2019, De Beurs (Almere)


Het ging niet alleen mis met het plan voor een fantasy-pretpark aan de A6, ook het theaterproject dat daarop is geïnspireerd, had terug naar de tekentafel gemoeten.

Theatermaker Karlijn Kistemaker valt de laatste jaren vooral op met haar ontregelende, 12-delige theaterserie Missie Márquez: een deels autobiografische theaterreconstructie waarin ze, met haar brutale en persoonlijke theatertaal, op spannende wijze de relatie tussen haarzelf en het boek Honderd jaar eenzaamheid onderzoekt. Dat levert theater op dat voortdurend uit de bocht lijkt te vliegen, maar eigenlijk verdomd slim in elkaar zit. Daarmee vergeleken is Er was eens een pretpark!, haar eerste regie bij Suburbia, maar een brave, voorspelbare voorstelling geworden.

Centraal staat het mislukte plan voor het fantasy-pretpark dat in het halfaffe kasteel aan de A6 moest komen. In een leegstaand kantoorgebouw wordt het publiek ontvangen bij een reconstructie van deze regionale culturele mislukking. De avond heeft niets te maken met entertainment, waarschuwen initiators Gert-Jan en Annelies meteen. Er is uitsluitend sprake van ‘functioneel rollenspel’. Ze spelen de scènes uit die tot het bedenken en het uiteindelijke mislukken van het pretpark hebben geleid.

In pijnlijke afwachting van de bedenker van het park en tevens hoofdgast van de avond, beginnen Gert-Jan en Annelies (droogkomische rollen van Simon Heijmans en Dorien van Gent), samen met achtergrondmuzikant Radboud (Keez Groenteman) maar alvast aan de ‘collectieve verwerkingsavond’. Een verhaal dat, blijkt al snel, eerder tragisch dan dramatisch is.

Door die vooral plichtgetrouwe reconstructiescènes loopt een vrij obligate verhaallijn waarin de personages hun relatie tot elkaar onderzoeken. Helaas zorgt de uitsluitend soapachtige inzet dat dit al evenmin beroert als de anekdotiek rondom het mislukte pretpark. De twee lijnen ontstijgen nergens het sketchniveau en blijven, als ze dan uiteindelijk samenvallen, dus ook volstrekt betekenisloos.

Kistemaker stapelt flauwigheid op flauwigheid. Dat is niet alleen gemakkelijk, maar ook vermoeiend. Het is alsof de voorstelling, zowel in plot als speelstijl, weigert zichzelf serieus te nemen. Kistemaker kan veel beter.