Toneel Brave New World 2.0
Door NITE
Gezien 25 april 2019, Stadsschouwburg Utrecht


In december presenteerde regisseur Guy Weizman in het Muziekgebouw aan ’t IJ een manifest met ‘22 regels voor de interdisciplinaire theatermaker’. Met als eerste regel: creëer met minimaal drie disciplines.

Dat is alvast gelukt: onder de gezamenlijke naam NITE is Brave New World 2.0 een coproductie van het Noord Nederlands Toneel, Club Guy & Roni, Asko|Schönberg en Slagwerk Den Haag. Regel 2 – geen enkele discipline mag een andere overstemmen – is helaas niet helemaal gelukt: meer dan in zijn veel sterkere NNT-voorgangers Sneeuwwitje (2015), Carrousel (2017) en Salam (2018) nemen dans en muziek hier een vooral dienende rol aan.

En dat is jammer, omdat spelregie bepaald niet Weizmans sterkste kant is. De interpretaties van de personages zijn erg voor de hand liggend, de emoties zijn vaak te expliciet en worden daardoor een tikkeltje oninteressant. Door die oppervlakkige benadering worden hun potentieel interessante zoektochten naar echte gevoelens in een artificiële wereld nauwelijks invoelbaar.

Toneelschrijver Rik van den Bos modelleerde zijn tekst (naar Aldous Huxleys sciencefictionroman uit 1932) tot een complex, fragmentarisch geheel. In een dystopisch toekomstscenario is de wereld verdeeld in een overzichtelijke witte zone en een chaotische rode zone – in een strak decorontwerp van Ascon de Nijs, vol bewegende elementen en lichteffecten. In die witte zone wordt voor iedereen gezorgd, met name voor het systeem zelf. Exemplarisch is de troostrobot, een empathisch-geprogrammeerde robot die speciaal ontworpen is om het rouwproces te versnellen – teneinde iemand zo snel mogelijk weer inzetbaar voor de maatschappij te maken, uiteraard.

In die klinische overzichtelijkheid wordt Troy (Bram van der Heijden) – succesvol CEO van Humanite, een bedrijf dat androids zoveel mogelijk probeert te vermenselijken – zelf geconfronteerd met twee van de meest menselijke eigenschappen: twijfel en moraal.

In een aantal korte, boeiende dialogen tussen hem en een androïde psycholoog zien we hem kampen met zijn existentiële twijfels – terwijl die psycholoog gaandeweg steeds dwingender probeert om zijn patiënt te manipuleren: “Het gelukcijfer hier is een 9.1.” Troy: “Niet als je de mensen zelf hun cijfer laat geven.”

Ondertussen wordt een van de werknemers (Bien de Moor) verliefd op haar androïde controleur en probeert een programmeur (Julia Akkermans) uit het systeem te breken.

Dat Weizman zich niet helemaal aan zijn eigen manifest heeft weten te houden is geen punt – theater leent zich als je het mij vraagt slecht voor al te rigide nageleefde stelregels – maar het is vooral jammer dat de samensmelting van de disciplines ditmaal niet inhoudelijk lijkt ingegeven, maar plichtmatig. De muzikanten zitten letterlijk verstopt achter een lijst op het achtertoneel en de choreografieën van Roni Haver zijn, een uitzondering daargelaten, mooi maar illustratief.

Niettemin valt er ook een hoop te halen uit deze thematisch interessante en relevante voorstelling, die niet alleen kanttekeningen plaatst bij de digitalisering (en robotisering) van de samenleving en de vercommercialisering van menselijke gevoelens, maar ook inspeelt op het universele sentiment van de ploeterende mens die te allen tijde zelf verantwoordelijkheid moet nemen om niet op te gaan in het systeem waar hij deel van uitmaakt. Terwijl dat systeem intussen alles op alles zet om diezelfde ploeteraar te onderdrukken.