BRUSSEL – Met zijn beeldende, vertraagde theatertaal toont Philippe Quesne in Crash Park – la vie d’une île de ontembare overlevingsdrift van de mens. “Ik hou van het inefficiënte van theater.”

Met ronkende motoren raast het vliegtuig over de hoofden van het publiek, op twee schermen naast het toneel zien we de passagiers in hun te krappe stoelen vastgegespt. Geen kant kunnen ze op – net als wij – maar daar lijken ze geenszins problemen mee te hebben. Na hun opgepiepte magnetronmaaltijden met bier en frisdrank weggespoeld te hebben, doet iedereen tevreden een slaapmasker op. Niet veel later ligt het vliegtuig rokend in de oceaan, naast een idyllisch onbewoond eilandje. Bemanning en personeel zijn nietsvermoedend regelrecht het paradijs in gestort.

De Franse theatermaker Philippe Quesne vertrekt bijna altijd vanuit de relatie tussen mens en natuur, legt hij uit. Hij creëert landschappen en kijkt wat er gebeurt als daar mensen in belanden. In die nauwkeurig vormgegeven mini-biotopen onderwerpt hij het gedrag van de mens aan een nauwkeurig onderzoek. “Landschappen zijn de hoofdpersonages van mijn voorstellingen.”

In Crash Park staat de idylle van het onbewoond eiland met haar ongerepte natuur centraal. “Ik hou van de ambiguïteit van zo’n prachtig, utopisch eiland: de ene keer representeert een eiland het paradijs, maar een andere keer roept het connotaties op van grote rampen, stormen en vluchtelingen. Mijn theater begeeft zich in het midden van die twee werelden.”

“Volgens mij is theater uitermate geschikt om – uiteraard met een hoop humor en plezier – de situatie op aarde te representeren. In Crash Park staat het eiland met de overlevenden metafoor voor de wereld en de maatschappij. En de belangrijkste vraag die zich in de voorstelling aandient is niet of ze kunnen samenleven, maar hoe. Want er zijn simpelweg geen andere opties. De personages moeten alles – hun hele manier van samenleven – weer herontdekken.”

Het lijntje tussen geluk en ongeluk, utopie en dystopie, blijkt dun. Nadat ze van de verbazing van de crash bekomen zijn, klauteren de overlevenden goedgeluimd uit het wrak, begeven zich naar het ronddobberend eilandje, en pakken de draad van het leven vrolijk weer op. Van rampenfilm naar feelgood, zonder enige moeite. “In de meeste verhalen over onbewoonde eilanden zijn de mensen op zoek naar hulp. Maar in Crash Park zijn ze eigenlijk vooral blij dat ze samen op dat kleine eiland kunnen blijven.”

“De overlevenden zijn blij als ze kokosnoten vinden of drinkwater, ze zingen en dansen samen, maken er een feest van. Het zijn allemaal hele primitieve emoties, ze gedragen zich ergens een beetje als een groep vrolijke kinderen. Ik hou van die combinatie van heroïek en romantiek. Ik probeer een soort melancholische sfeer op het toneel te creëren, die de toeschouwer in staat stelt over zichzelf na te denken en die aanzet om open te staan voor dromen.”

(Tekst gaat verder onder de afbeelding.)

Scènebeeld Crash Park, foto: Martin Argyroglo

De voorstelling opent met een glimp van mensgrote mollen, die zich op het eilandje begeven totdat de komst van de mens ze verdrijft. Die mollen komen regelrecht uit Quesnes vorige voorstellingen: in Swamp Club (2013) zoekt een groep kunstenaars onderdak in een grot en stuit daar op een levensgrote mol. Die mol komt centraal te staan in The Night of the Moles (Welcome to Caveland!) (2016) en keert nu in de proloog van Crash Park nog een laatste maal terug. “Die terugkerende elementen zijn heel belangrijk voor me. Mijn voorstellingen zijn onderdelen van een groter verhaal, een lange saga. Eén voorstelling is niet genoeg om de wereld te beschrijven, ik benader het meer als een soort episode.” Lachend: “Op een dag hoop ik in een week alle voorstellingen achter elkaar te spelen en zo het grote verhaal te kunnen vertellen.”

“Ik vind het belangrijk om elementen uit vorige voorstellingen te ‘reclyclen’. Ik maak in die zin ook een soort ecologisch theater. Kunst is een doorlopend proces, het onderzoek stopt niet bij een voorstelling, dus dat elementen terugkeren is voor mij vanzelfsprekend. Net zoals dat ik ook graag met dezelfde spelers werk: als je met dezelfde mensen aan ander materiaal werkt, kun je toch altijd weer nieuwe dingen vinden.”

Zijn nieuwe voorstelling Farm Fatale ging in maart in première bij het Münchner Kammerspiele. “Daarin observeren we een gemeenschap op een boerderij. Net als Crash Park gaat deze voorstelling heel expliciet over de problemen met het klimaat en de natuur.”

“Ik geloof niet dat ik per definitie politiek theater maak, maar het zijn wel onderwerpen die me inspireren. Wat gebeurt er als je niet goed zorgt voor de planeet, voor de groenten en de kruiden? Na Crash Park voelt het als een natuurlijke stap om dit verder te onderzoeken.”

“Ik vind het belangrijk om uit te dragen dat er meer op deze planeet is dan de mens. Er zijn kruiden, dieren, het geluid van water. Volgens mij is het meer en meer duidelijk waar het langzaam maar zeker heen gaat met onze planeet. Het is belangrijk om op een andere manier naar de wereld te gaan kijken. We moeten als het ware een nieuwe wereld ontdekken, en kunstenaars hebben de habitat om dat te doen. Onze kunst kan de wereld niet redden, maar we kunnen wel nieuwe hypotheses uitwerken, nieuwe mogelijke werelden voorstellen.”

“De wereld gaat sneller en sneller, en we moeten dat op een of andere manier zien stop te zetten. En op toneel kan dat. Daar kunnen we een tegengeluid bieden aan de energie en het kapitalistische tempo van de wereld. Daarom hou ik zo van theater: vanwege haar ontzettende inefficiëntie.”

Crash Park – la vie d’une île van Théâtre Nanterre-Amandiers.
Gezien: 22 februari 2019, Kaaitheater, Brussel.


PHILIPPE QUESNE: Theatermaker Philippe Quesne (1970) is opgeleid als beeldend kunstenaar en werkte tien jaar als decorontwerper voor uiteenlopende theatervoorstellingen. In 2003 richtte hij Vivarium Studio Company op, waarmee hij eigen werk ging maken. In 2007 brak hij internationaal door met L’Effet de Serge. In 2014 werd hij aangesteld als artistiek directeur van Théâtre Nanterre-Amandiers, net buiten Parijs. Dit jaar heeft hij bovendien de artistieke leiding van de Quadriennale in Praag. Crash Park ging in november vorig jaar in première in Frankrijk. Het is Quesnes debuut op het Holland Festival. De voorstelling is 7 en 8 juni te zien in Internationaal Theater Amsterdam.