Theater Atlantis
Door De Veenfabriek
Gezien 30 mei 2019, Festival Karavaan (Alkmaar)


Stel dat de evolutie anders ging dan we dachten. Dat het niet geleidelijk ging, maar plotseling. Er ineens, kilometers diep in de oceaan, vissen zonder kieuwen geboren werden, die van niks wisten, alleen dat ze daar geen adem krijgen. Maar hoe weet je in welke richting je moet zwemmen om de oppervlakte te bereiken?

Weten dat je weg moet, maar geen idee hebben waarheen; dat herkenbare gevoel, door Niki Verkaar in deze prachtige metafoor gevangen, is de inzet voor een denkoefening waar de Veenfabriek ons met Atlantis in meeneemt: wat als de oorzaak van de ondergang van de aarde de vlucht van de mens voor diezelfde ondergang is?  

De voorstelling is dan pakweg op de helft (net als het driegangendiner met smaakinvloeden uit Mauritanië en het Midden-Oosten, dat Phi Nguyen, Maureen de Jong en Mohammad Al Saleh ondertussen voor ons bereiden vanuit een open kookcontainer aan de zijkant). Daarvoor zagen we een montage aan scènes die zich losjes verhouden tot de eerste steenlegging van een gloednieuw subtropisch zwemparadijs in Alkmaar: Nieuw-Atlantis.

Het scheen de citymarketing een mooi idee te hebben geleken omdat de ontdekker van Atlantis in deze voorstelling een inwoner van de stad is. Een zenuwachtige gemeenteambtenaar houdt een wanhopige speech, smalltalkradio neemt een loopje met het onderwerp, een jonge vrouw in plasticjurk wordt klakkeloos gebombardeerd tot ‘het linkse gekkie’, haar engagement wordt bij voorbaat weggelachen, kortom: ‘de beschaving’ doet waar het goed in is en gaat ermee aan de haal.

In een lange strook tussen de tribunes aan het Jaagpad in Alkmaar – een lap bouwgrond aan de rand van centrum – staat een behoorlijk instrumentarium uitgestald: van koper, toetsen tot drums, daarbij nog gitaren, een viool, een accordeon en wat orgeltjes. Elke toneelspeler is muzikant (en vice versa). De taal wordt, zoals vaker bij de Veenfabriek, ongeveer hetzelfde ingezet als de muziek: als klank, als ritme, vaak abstract, bijna nooit causaal, en dan ineens weer verrassend illustratief: een Disney-liedje of een grappig concreet dialoogje. De een is niet dienend aan de ander, sterker nog: vaak verstoort de muziek de tekst of andersom, neemt het antagonistische vormen ten opzichte van elkaar aan. Het levert op momenten heerlijk grillig en vrolijk verwarrend muziektheater op – dat resoneert met de apocalyptische sluimering waar deze voorstelling op gestoeld is.

‘Waar moeten we heen?’ vraagt Verkaar zich in het tweede deel hardop af. Vervolgens formuleert ze uitgebreid een vrij concreet antwoord op die vraag, waarin ze zowel de voorstelling zelf als het publiek expliciet betrekt in de theatrale werkelijkheid. Inhoudelijk ligt Atlantis in het verlengde van het eerdere Pinokkio (over waarheid) en Alles van waarde (engagement). De teksten zitten vol potentieel interessante gedachtengangen, zijpaadjes, voetnoten, interrupties en ideeën rondom de toekomst (of het verleden) van de aarde en de mens, determinisme, escapisme en engagement. Beetje te vol, beetje te uitgesponnen. Het eerste deel voelt te willekeurig, het tweede op den duur herhalend.

Je gaat natuurlijk niet naar een voorstelling van de Veenfabriek om een mooi gepolijst stuk te zien – dat past ook niet bij de wereldbeelden die ze presenteren – maar ik miste scherpe keuzes in tekst en regie, die ervoor zorgen dat het weerbarstige van de theatertaal niet in een rommeltje verzandt, maar aan zichzelf ontstijgt. Het ontbreekt Atlantis aan de focus die juist in de recente voorgangers die ik hierboven al noemde, voor zulke prikkelende, inhoudelijke en tegelijkertijd tegendraadse voorstellingen zorgde.