Terugblikkend op het afgelopen theaterseizoen viel iets opvallends op: in meerdere voorstellingen doken ineens astronauten op. Toeval of staat die astronaut symbool voor een grotere trend in het theaterlandschap?

Astronauten worden in de ruimte vaak overvallen door het overzichtseffect: juist door de afstand die ze voelen tot de aarde, ervaren ze een gevoel van nabijheid. Theatermaker Marjolijn van Heemstra ging, geïnspireerd daarop, op zoek naar nieuwe perspectieven om verbinding met haar omgeving te zoeken. In haar persoonlijke theatermonoloog Stadsastronaut legde ze verslag van die reis. Wat levert het op als je de wereld om je heen en je eigen leven vanuit een ander perspectief benadert? Kan dat aanzetten tot meer verbinding?

Foto ‘Robotje’ – NTJong: Bowie Verschuuren

Het afgelopen theaterseizoen doken er in meerdere voorstellingen astronauten(referenties) op. Waar stonden die astronauten in de verschillende voorstellingen symbool voor en welke trend in het theaterlandschap markeren ze?

Ook de jeugdvoorstelling Robotje van NTJong draaide om een astronaut – die stond symbool voor alles wat vreemd is, alles waar we aanvankelijk bang voor zijn. Zo ging ook die voorstelling expliciet om het zoeken naar verbinding tot een ander.

In Over de natuur van de dingen van Het Zuidelijk Toneel en De Nieuwe Oost keek een astronaut vanuit de ruimte op de aarde neer. Hij ziet de aarde als een geheel, voelt aanvankelijk een overweldigende verbondenheid, maar wordt vrijwel meteen overvallen door het frustrerende besef dat hij niet in kan grijpen. Hetzelfde gold voor de eenzame astronaut in de openingsmonoloog van De wereldvergadering van Orkater, die vergeefs neerkijkt op de aarde met haar spartelende, altijd tekortschietende mensheid.

Foto ‘Over de natuur van de dingen’ – HZT, De Nieuwe Oost: Menno van der Meulen

Die uitzoombeweging zagen we in veel voorstellingen terugkeren dit seizoen. Vergelijkbaar met de astronaut is bijvoorbeeld de rol van Romana Vrede in Onze straat bij Het Nationale Theater, die als verteller/God boven de andere personages zweefde en letterlijk in- en uitzoomt. Regisseur Daria Bukvić laat in het programmaboek optekenen: “Meestal gaan mijn voorstellingen over uitgesproken maatschappelijke thema’s. Ik heb me de afgelopen jaren over een hoop dingen kwaad gemaakt en Onze straat is als het ware een epiloog van deze periode. Met deze voorstelling hoop ik mijn publiek te omhelzen.”

Ook Davy Pieters zoomde uit in de mimevoorstelling What We Leave Behind – en toonde zo hoe de perceptie van de geschiedenis onze kijk op het nu bepaalt. Jakop Ahlbom deed ongeveer hetzelfde (maar veel explicieter) in Le Bal, waarin een eeuw aan historische gebeurtenissen wordt uitgebeeld, en hij overigens ook letterlijk een astronaut opvoerde. Maar die symboliseerde simpelweg een astronaut.

Foto ‘Le Bal’ – Jakop Ahlbom: Sanne Peper

Al die producties hebben een opmerkelijke gemene deler: het zijn allemaal voorstellingen die zich niet focussen op een concreet drama of conflict, maar het theater gebruiken om een groter mensbeeld te schetsen en verbinding te zoeken. Dat is een opvallende verschuiving na jaren waarin met name jonge makers veel egodocumenten maakten waarin ze vanuit een specifieke, vaak persoonlijke onvrede het conflict aangingen. De theatermakers zoomen uit, tonen het grotere geheel. Het zijn astronauten geworden.

Theater dat niet zo zeer gaat om drama of conflict maar op zoek gaat naar verbinding, zagen we het afgelopen jaar volop: in het ontwapenende De verse tijd toonden Mokhallad Rasem en Kuno Bakker dat je ook van elkaar kan houden als je elkaar niet gaat begrijpen, het nagenoeg conflictloze Laatste paar dagen van Esther Scheldwacht en Kees Hulst handelde expliciet over toenadering, Noem het maar liefde van Toneelgroep Maastricht was een (wat vrijblijvende) collage aan miniatuurtjes over de liefde en Liefdesverklaring (voor altijd) van Het Zuidelijk Toneel en Nicole Beutler Project was een regelrechte, anderhalf uur durende omarming van het theater en haar publiek.

Zelfs regisseur Milo Rau, die van het opvoeren van expliciete conflicten en maatschappelijke pijnpunten zijn handelsmerk heeft gemaakt, leverde bij NTGent met Lam Gods een voorstelling af waar per saldo niets op het spel stond; een theatrale gemeenschapsviering die vooral niemand wilde buitensluiten.

En dat terwijl theatermaker Chokri Ben Chikha het theaterseizoen in september opende met een omstreden maar geëngageerde Staat van het theater: waarin in opriep tot meer activisme in het theater, vervolgens een jerrycan met vloeistof over zich uitgoot en suggereerde zichzelf in brand te steken.

Jan Joris Lamers van Maatschappij Discordia kwam ongevraagd het podium op en stuurde Chokri weg. Die spontane actie, bij de aftrap van dit seizoen, bleek exemplarisch: blijkbaar was er dit jaar meer behoefte aan verbinding dan aan activisme op de planken.