Met uiteenlopende locatietheatervoorstellingen onderzoekt Festival Karavaan hoe we ons verhouden tot de grond waarop we ons begeven. Van duinpan tot stadsmoestuin en veeboerderij: het festival strekt zich uit tot het hele gebied boven het Noordzeekanaal.

 In een oude boerderijstal bij Heerhugowaard speelt locatietheatergezelschap Afslag Eindhoven de voorstelling Stallerhof, een stuk uit begin jaren zeventig van de Duitse auteur Franz Xaver Kroetz. Met de landelijke omgeving van een boerenfamilie en de aftandse toiletpot prominent in het toneelbeeld, doet de voorstelling meteen denken aan het vroege werk van Alex van Warmerdam. Het publiek neemt plaats tussen de koeien, die voor een sfeervol geluidsdecor zorgen.

Stallerhof is een generatiestuk: een verstokt boerenechtpaar ziet met de geboorte van hun ‘achterlijke’ dochter (en enig kind), de teloorgang van alle tradities die ze zo hoog hebben zitten. Bovendien verkiezen steeds meer mensen ondertussen de stad boven het boerenleven.

Afslag Eindhoven brengt vooral de stugheid van de personages over het voetlicht. Kloppend hart van de voorstelling is Anne-Chris Schulting, in de prachtige, fysieke adaptatie die ze aan de dochter geeft. Speels en integer, haast dierlijk, beweegt ze door de schuur. Als ze liefde opvat voor de boerenknecht, waar ze uiteindelijk zwanger van raakt, wordt al haar kinderlijke hoop en levensgeluk genadeloos in de kiem gesmoord. Haar aanvankelijke onwetendheid wordt langzaam verdrukt door onbegrip. Schulting weet met mooi oprecht spel te raken, in een verder sobere maar sfeervolle regie.

Ook de afstuderende studenten van de opleiding ArtEZ Muziektheater hebben een voorstelling over de botsing tussen traditie en vernieuwing gemaakt. In de duinpannen bij Egmond aan Zee, waar de plaatselijke inwoners al generaties lang op kleine akkertjes (‘lankies’) duinaardappelen telen, zoeken de acht jonge spelers naar hun relatie tot het landschap en haar bewoners.

Duinland – ArtEZ. Foto: Emil de Jong

Als publiek loop je een route door de duinen, waar tijdens korte tussenstops scènetjes worden gespeeld over het maakproces van de voorstelling zelf. We horen interviews met dorpsbewoners en ervaringen van de studenten. Een mooie fysieke scène over de rol van de vrouw wordt vervolgens door de groep zelf bediscussieerd. De twijfels over het project worden het belangrijkste onderdeel van de uiteindelijke voorstelling.

Het is jammer dat de opzet van deze voorstelling te veel vluchtigheid toelaat. Inhoudelijk blijft alles behoorlijk schematisch: de stadse millennial die zich lichtelijk pedant verwondert over het plattelandse leven kennen we inmiddels wel. Ook het recept waarin diezelfde naïeve houding vervolgens gedurende de voorstelling wordt geproblematiseerd, is beproefd. De grootste kracht van Duinland zit in de vocalen: het eindigt in een prachtig meerstemmige, verstilde ode aan de zee – die je op de achtergrond voortdurend hoort ruisen.

Karavaans nieuwe festivalhart aan het Victoriepark in Alkmaar is qua ligging weliswaar mooi – tussen het groen en aan het water – maar het mist de rommelige levendigheid die bij een festival hoort. Het ondanks het zonovergoten weer nagenoeg verlaten park biedt nauwelijks aanleiding daar langer te blijven dan strikt noodzakelijk.

Vanuit daar vertrekt dagelijks een jongemakersroute, waarin je op één dag drie voorstellingen op verschillende locaties in de binnenstad ziet. Zoals Limit van theatermakers Janna Adank en Daisy Hagendoorn, in eindregie van Eelco Smits. In een verstopte stadsmoestuin tonen ze, in een theatrale natuurdocumentaire, de evolutie van onze soort: hoe zijn we in hemelsnaam van het vangen van vis tot het eten van vissticks gekomen?

De makers trekken de thematiek meteen in het banaal-absurde. Ze onderzoeken de menselijke behoefte tot het trekken van grenzen als construct om jezelf te definiëren. De moestuin als minilandschap wordt daarbij mooi symbool voor onze oeverloze beheersdrift: alles daarbij is immers bedacht, geconstrueerd, gecontroleerd, tot aan het precieze aantal centimeters dat de ontkiemende steeltjes uit elkaar moeten staan, aan toe. Ondertussen dwepen ze met hun engagement – maar ze zullen er geen kipvleugeltje om laten liggen. Typisch: de mens is geëngageerd tot aan de grenzen van de eigen moestuin.

Adank en Hagendoorn leggen vermakelijk, maar – eerlijk is eerlijk – ook enigszins makkelijk menskritiek aan de dag. Ze blijven voortdurend aan de veilige oppervlakte van de satirische overdrijving, die ze al te goed af gaat, maar dat gaat zich gaandeweg wreken. De voorstelling gaat lijden aan voorspelbaarheid en mist vooral een oprechte, persoonlijke tegenkleur: hoe verhouden deze jonge theatermakers zich echt tot waar ze zo vrolijk op afgeven?


Festival Karavaan duurt t/m 6 juli. Meer informatie en kaartverkoop: www.karavaan.nl