Theater Hanna van Hendrik
Door Stichting Hanna van Hendrik
Gezien 8 juni 2019, Vliegbasis Twente (Enschede)


Terwijl een boerenknecht de koeien verzorgt, komt een ontheemde Limburgse knul met een kapotte brommer het Twentse erf opgesukkeld. Hij woont hier nog maar net en weet niks van het boerenleven, maar raakt al snel verzot op de stijfkoppige boerendochter die hem lachend gadeslaat.

Na succesvolle regionale locatievoorstellingen als Het pauperparadijs (Veenhuizen), Lost in the Greenhouse (Sexbierum) en Jumping Jack (Assen), ging dit weekend op de voormalige vliegbasis Twente Hanna van Hendrik in première – een grootschalige theatervoorstelling over verbinding en ontworstelen.

Tegen de achtergrond van een regionale geschiedenis (de boerenopstanden rondom de ruilverkaveling in de jaren zeventig) schreef Bouke Oldenhof een magisch-realistisch familie-epos over een fictieve boerenweduwe Hanna (Johanna ter Steege), die na de dood van haar man Hendrik (Huub Stapel) koste was het kost het boerenbedrijf draaiende probeert te houden. Hendrik doolt als een spookfiguur rond in stal, schuur en erf. In flashbacks zien we flarden van hun ontluikende kalverliefde, hun trouwerij en het fatale ongeluk.

Hanna van Hendrik bestaat uit drie delen, die zich op drie locaties in de vliegbasis afspelen. De toneelbeelden van Guus van Geffen verglijden van filmisch realisme naar abstractie. In het eerste deel zien we de buitenkant van de boerderij (inclusief een rijtje koeien). Het is een komen en gaan op het erf, waar alles draait om naoberschop (nabuurschap, nabijheid). In het tweede deel zien we het interieur van de boerderij. Dat klopt thematisch: Hanna sluit zich steeds meer af van de gemeenschap, is steeds meer op zichzelf gericht. In het laatste deel is de boerderij verdwenen. Wie de blik uitsluitend op zichzelf en het verleden richt, verliest alle binding met de omgeving en blijft alleen achter.

Met veel vaart wordt het verhaal in het openingsdeel uiteengezet. Het is knap hoe lichtheid, persoonlijke tragiek en politieke onrust met elkaar versneden worden tot een spannend en dynamisch geheel. Het contrast tussen de jonge, verliefde Hanna en de verweesde, verstarde weduwe die ze later wordt, wordt door Ter Steege met veel compassie vormgegeven.

Maar tussen dat levendige openingsdeel en het stemmige slot, zit een behoorlijk stroperige tweede akte. In de statische setting van het huiskamerdrama weet regisseur Liesbeth Coltof te weinig dynamiek en subtekst aan de dialoog te geven. Daardoor gaat het expliciete karakter van de tekst zich wreken.

Uiteindelijk is de rol van Hanna’s dochter Wilma (mooi stevig gespeeld door de jonge actrice Marliz van Til) veruit het interessantst: waar Hanna zich schikt in stug verdriet, weet Wilma zich te ontworstelen aan haar geboortegrond. Zij maakt de grootste ontwikkeling door en werpt per saldo het meest relevante licht op die naoberschop, die niet alleen warm kan zijn, maar ook verstikkend.

De bandleden van Her Majesty geven met hun poëtische liedjes (vaak sfeervol, soms iets te catchy) een mooie tegenkleur aan de Twentse nuchterheid in de dialogen. Maar de kracht van deze productie zit hem ook in de vele lokale verbindingen, met amateurspelers, een regionaal vrouwenkoor, dansende kinderen en – uiteraard –  stoere brommerchoreografieën.

Voorafgaand aan de voorstelling wordt er gegeten in de grote hal van Hangar 11. Uitsluitend streekproducten natuurlijk. En gezamenlijk, aan lange tafels. Alles draait hier tenslotte om de naoberschop.