Tijdens Oerol is het landschap van Terschelling tien dagen lang het decor van vele, uiteenlopende theatervoorstellingen. Hoe gaan de theatermakers om met de locatie waarop hun werk te zien is?

Elke editie is er ten minste één audio-wandelroute op Oerol. Daarin krijgen de toeschouwers een koptelefoon op en horen ze een vaak poëtische, contemplatieve stemmenpartituur, terwijl ze een route door bos en duin lopen. Ditmaal valt de eer te beurt aan Ulrike Quade Company en Strijbos & Van Rijswijk. In het dystopische Technostalgia veranderen de bossen en duinen voor even in de planeet Mars – waar de mens is neergestreken.

Dolend tussen de bomen, langs resten beschaving, horen we flarden van de vruchteloze poging van de mens zich daar te vestigen. Op verschillende momenten houden we halt om te kijken naar die in luchtdichte pakken vastgegespte mens, die vage herinneringen koestert aan de zon en met nostalgie terugdenkt aan regenplassen. Maar ook Mars bleek niet de oplossing; na flink in het landschap te hebben ingegrepen is de mens ook daar weer vertrokken.

Technostalgia toont in een associatieve montage de hardnekkige overlevingsdrift van de mens, die zich moeiteloos neerlegt bij het feit dat er soms een dier uitsterft, maar zich dat onmogelijk kan voorstellen van zijn eigen soort. Het is jammer dat de afzonderlijke scènes kort zijn en nauwelijks in dienst staan van elkaar: daardoor blijven het geïsoleerde fragmenten en boet de voorstelling in aan diepgang.

Ook in Woestijnjasmijntjes van George en Eran Producties en de Toneelmakerij volgt het publiek een route door de natuur. De jeugdvoorstelling speelde anderhalf jaar geleden in de theaterzalen en is nu speciaal voor Oerol bewerkt. Nour (Denise Aznam) en haar vader Jakob (Peter van Heeringen) moeten vluchten van een donker land waarin ratten de baas zijn. Na een spannende tocht en een gevaarlijke overtocht over de zee, belanden ze op een plek waar niemand op ze zit te wachten.

Het verhaal – dat George Tobal deels baseerde op zijn eigen vlucht naar Nederland – staat nog steeds als een huis, maar het valt op dat de locatie de voorstelling hier juist in de weg zit. De vele publieksverplaatsingen, van het duinmeer naar de dichte bossen, langs provisorische, verlaten kampementen, kloppen thematisch goed bij het verhaal, maar trekken in de praktijk een flinke wissel op de spanningsboog. Je mist de concentratie die in theaters bij deze voorstelling zo hoog was. De slotscène waarin de fantasie wordt ontmaskerd en de realiteit zich opdringt, blijft indringend.

Het is vaak het mooist als theatermakers zo min mogelijk toevoegen aan het landschap, maar goed kijken naar wat de omgeving zelf al aan tekens en associaties in zich draagt. Bij Immens is er vrijwel niets aan het landschap toegevoegd. Theater Utrecht doet een compromisloze poging het gedachtengoed van Nietzsche naar deze tijd te trekken. Een fladderige, buitenissige straatmuzikant annex landloper (Vincent van der Valk) pikt het publiek op langs de kant van de weg en neemt hen mee het duin in. Er volgt een fysieke en emotionele krachttoer van Van der Valk. Hij speelt de hedendaagse reïncarnatie van Nietzsche, en in een ultieme poging tot eerlijkheid worden, na een wat volgestopte monoloog, wanhoop en verlossing op prachtige wijze verenigd. 

Bobby Baxter van performance-collectief Urland speelt zich af op een rechthoekig grasveld midden in de bossen. De voorstelling glorieert in soberheid: er is, behalve een subtiel lichtontwerp, niets toegevoegd. Thomas Dudkiewicz, alleen in het kleine, lege veld, omringd door dichte bebossing die benadrukt dat er geen ontsnappen mogelijk is, staat er letterlijk alleen voor.

Hij vertelt over de inwoners van het kleine, Zweedse dorpje Hamstraden. In zes monologen krijgen we vanuit zes verschillende perspectieven de geschiedenis van het plaatsje te horen, en die wordt gaandeweg steeds gruwelijker. Dat Dudkiewicz een meesterverteller is wisten we al, maar zijn mimiek is minstens zo indringend. Zijn blik laat je niet los, die kan zacht en toch indringend zijn, hij transformeert in een seconde van vriendelijk naar angstaanjagend.

Bobby Baxter is een onderzoek naar de herleiding van het kwaad, dat zich in een eenzaam en verlaten mens vastklauwt en generatie op generatie wordt doorgegeven. Trefzeker vertaalt Dudkiewicz aan wat een heel seizoen aan Scandinavische thriller zou kunnen zijn, naar vijf kwartier angstaanjagend theater ‘in the middle of nowhere’. Oerolvoorstellingen kunnen het Terschellinger landschap definitief doen veranderen.