Crash Park – la vie d’une île van Philippe Quesne
In Crash Park – la vie d’une île toonde Philippe Quesne hoe vliegtuigpassagiers na een ongelukkige crash in de oceaan, met verrassend veel plezier hun dagen slijten op een onbewoond eiland. De ontembare overlevingsdrift van de mens, noemde hij het zelf. Maar als je voorbij de aanstekelijk vrolijke scènes kijkt, zie je eigenlijk vooral een naïef en niksig wereldbeeld, waarin de mens zich braaf en onnadenkend neerlegt bij zijn ongeluk, zichzelf geen doelen meer stelt en met oogkleppen op de tijd verduurt. Quesne bracht hiermee een ongenuanceerd en ongefundeerd tegengeluid voor engagement in een voorstelling die zichzelf nergens bevraagt en dus geen enkele verdieping vindt.

Roughhouse van Richard Siegal
In Roughhouse, de eerste samenwerking tussen Ballet of Difference en toneelensemble Schauspielhaus Köln, weet choreograaf Richard Siegal de twee disciplines niet tot een spannend, elkaar versterkend geheel te smeden. In een drammerige en overvolle in your face-montage liet Siegal verschillende scènes door taalverwarring keer op keer ontsporen. Dat resulteerde in een wat al te obligate mediakritiek met een uitwaaierend palet aan referenties en flauwe humor. Siegal toont dat taal vrijwel gelijk is aan chaos: een uitgekauwd en veel te oppervlakkig inzicht, dat hier bovendien voortdurend herhaald werd. Het spaarzame moment van beeldende verstilling toonde vooral wat deze voorstelling ook had kunnen zijn.