In de muziektheatervoorstelling Amadeus staan acteurs Sander Plukaard en Mark Rietman tegenover elkaar als Mozart en Salieri. De voorstelling is geregisseerd door Theu Boermans en staat vanaf woensdag in DeLaMar.  

Amadeus, een samenwerking van Het Nationale Theater, Opera2Day en de Theateralliantie, is een groots opgezette muziektheaterproductie – met negenkoppige cast, veertig koorleden en een live orkest – over de vete tussen het jonge wonderkind Mozart en de gevestigde hofcomponist Salieri.

Mozart wordt gespeeld door de jonge acteur Sander Plukaard (1989). Mark Rietman (1960) speelt Salieri, die gaandeweg bevangen wordt door haat en jaloezie jegens de jonge indringer. De voorstelling, naar een tekst van Peter Shaffer uit 1979, gaat over bewondering, ambitie en jaloezie. Hoe verhouden de acteurs zich tot de belangrijkste thema’s uit het stuk?

Speelt jaloezie een belangrijke rol in jullie vak?
Plukaard: “Als ik collega’s heel goed vind, probeer ik ze vooral te zien als een verrijking voor het vak. Maar ik kan wel echt jaloers worden als mensen kansen krijgen waarvan ik vind dat ze die niet verdienen.”
Rietman: “Ik hoop altijd dat het me lukt om jaloezie om te zetten in bewondering. Maar jaloezie is natuurlijk ook een drijvende kracht. Ik weet nog dat ik voor het eerst met Pierre Bokma speelde. We begonnen het repetitieproces toen met improviseren, en elke improvisatie van Pierre was meteen raak: helemaal afgerond en betekenisvol. Dat raakte toen wel aan jaloezie.”

In hoeverre zien jullie jezelf als de aanstormende en de gevestigde generatie acteurs?
Rietman: “Door ons tegenover elkaar te zetten, zet Theu de oude generatie letterlijk tegenover de jonge garde. Dat doet hij misschien wel bewust. Ik ben inmiddels bijna zestig, en ik denk weleens: word ik niet een beetje ouderwets? Terwijl Sander echt een moderne speler is. Dat geeft een mooie spanning aan deze voorstelling.”

Waarin zit het verschil dan tussen jullie?
Rietman: “Ik doe dit werk al vijfendertig jaar, en op een gegeven moment heb je zoveel woordjes gezegd, dat ik weleens denk: kan ik eigenlijk nog wel normaal praten?” Lachend: “Vroeger dacht ik dat soort dingen zelf over oudere acteurs.”
“Sander is een heel open acteur, die de ruimte helemaal meeneemt in zijn spel. Daar heb ik veel bewondering voor. Door heel goed het moderne aan Mozart te spelen, tilt hij het stuk ook uit het stof. Hij kan het strijdtoneel heel open ingaan.”

Dat komt misschien ook omdat Plukaard vooralsnog vooral voor kleine zalen speelde, waarin de intimiteit met het publiek doorgaans vele malen groter is. Rietman, die sinds 2011 vast verbonden is aan Het Nationale Theater en daarvoor onder meer in het ensemble van Toneelgroep Amsterdam zat, bespeelt vooral de schouwburgen. Plukaard: “Ik moet wel wennen aan de grote zaal, maar ik vind het eigenlijk leuker. Je kan je op een bepaalde manier veel meer veroorloven: je kan met grotere, grovere streken acteren. Ik vind dat wel lekker.”

Wat waarderen jullie aan de personages die je speelt?
Plukaard: “Ik vind het fijn dat Mozart totaal schijt heeft aan conventies. Hij gaat volledig tegen alle hiërarchie in, hij leeft alleen maar vanuit zijn hart. Hij gaat daarin over grenzen, en betaalt daar uiteindelijk ook de rekening voor. Dat hebben wij als volwassenen echt afgeleerd. En dat vind ik heel mooi aan het personage: hij gaat vol zijn verdriet in, net zoals hij vol voor de vreugde gaat. Daar kunnen we wat van leren.”
Rietman: “Ik had eigenlijk nooit echt wensrollen als acteur, maar deze rol wilde ik al heel lang een keer spelen. Ik vind die middelmatigheid waar Salieri aan kapotgaat een heel mooi thema in het stuk.”
“Er zijn nu eenmaal niet zo veel genieën op de wereld, we doen allemaal dingen fout en goed en we blijven proberen. We ploeteren om het mooiste te bereiken, en uiteindelijk is het dat maar zelden.”
Plukaard: “Maar dat ploeteren is heel mooi en ontroerend.”
Rietman: “Zeker! En daar gaat toneel natuurlijk ook altijd over. Over ploeteraars, mensen die fouten maken en daar is Salieri een groot voorbeeld van.”
“Ik zag het stuk voor het eerst op de toneelschool, en ik weet nog dat mijn klasgenoten vooral gericht waren op Mozart, maar ik had veel meer met die Salieri. Misschien ben ik eigenlijk heel mijn leven al een oude ziel.”