Theater Small Town Boy
Door Toneelgroep Oostpool, Internationaal Theater Amsterdam
Gezien 24 juli 2019, Internationaal Theater Amsterdam


Bij aanvang worden we door de voice-over gewaarschuwd: deze voorstelling bevat zoenende jongens. Een onschuldig geintje lijkt het, maar dat is natuurlijk de crux van deze voorstelling: nog steeds is het verre van vanzelfsprekend dat twee jongens in het openbaar iets onschuldigs doen als zoenen.

Wat vieren we dan met de Pride? Acteur Rick Paul van Mulligen zou willen dat het niet alleen over trots gaat, maar ook om het bevechten van schaamte. En Soumaya Ahouiouai wil af van de kast, waar je in zou zitten of uit zou komen.

Ondertussen vertelt Alex Hendrickx hoe zijn vader hem als tiener in het park met een jongen betrapte en probeert Leandro Ceder zich in te leven als homoseksueel, met alle ethische gevolgen van dien: want mag dat wel, als hetero een homo spelen tijdens de Amsterdamse Pride? Florian Myjer pakt na een overdreven dramatische uitbarsting zijn script erbij en scheurt het doormidden: “Waar is mijn tekst? Waar kom ik in voor en hoe kom ik erin voor?”

Toneelgroep Oostpool en ITA onderzoeken met deze rigoureuze hertaling van Falk Richters Small Town Boy de grenzen van trots en schaamte. De inzet van deze voorstelling – waarin regisseur Marcus Azzini expliciet vertrekt vanuit de persoonlijke anekdotes van zijn spelers – doet sterk denken aan zijn populaire Allemaal mensen-serie. Azzini is met iets bijzonders bezig daar bij Oostpool.

In persoonlijke onthullingen verhouden de acteurs zich tot de thematiek. Dat wordt afgewisseld met parodiërende scènes uit de mainstream-populaire (beeld)cultuur – van Fifty Shades of Gray tot GTST – en een plotlijn van een jongen die vanuit de provincie naar de grote stad verhuist, maar zichzelf daar gedesillusioneerd terugvindt. Bovendien zingt countertenor Benjamin Abel Meirhaeghe een aantal prachtige nummers, waaronder natuurlijk ‘Smalltown Boy’ van Bronski Beat.

Op een aantal momenten lopen de fragmenten uit Richters stuk en de autobiografische scènes dwars door elkaar heen. Dat zorgt voor een spannende verwarring, bijvoorbeeld wanneer Van Mulligen en Ceder vertellen over hun seksuele escapade en ze de namen van hun personages en die van zichzelf door elkaar heen gebruiken. Het sterkst is het moment waarop Van Mulligen na een messcherpe monoloog expliciet in verzet komt tegen het stuk van Richter en constateert dat ook onder die regenboogvlag nog bar veel onverdraagzaamheid huist.

Het levert afwisselend venijnig, hilarisch en integer theater op. Dat is zeker ook te danken aan deze fijne cast: de spelers zijn stuk voor stuk fris, brutaal en kwetsbaar. Het frontale spel, waarbij het publiek bovendien regelmatig expliciet wordt aangesproken, zorgt voor een grote intimiteit. En ondanks dat het op den duur wat herhalend wordt, blijft de voorstelling vooral aanvoelen als integere schreeuw om erkenning. Wat schuilt er een hoop eenzaamheid en hang naar liefde achter deze mensen.

Prominent op de speelvloer staat een aantal museumsokkels, waarop onder grote doeken standbeelden lijken te staan. Afgeschermd, aan het zicht onttrokken. In een prachtig eindbeeld nemen de acteurs uiteindelijk zelf plaats bij hun sokkel, vol in de spotlights, voor iedereen die ze maar zien wil. Laten we ophouden met afdekken en verhullen, maar elkaar in het volle licht de volle ruimte gunnen.