Blind en toch naar het theater? Met audiodescriptie, inleidingen en goede begeleiding is dat geen probleem. Ook in het Parktheater kan het sinds deze zomer. Verschillende organisaties, theaters en festivals zetten zich de laatste jaren steeds meer in om hun toegankelijkheid te verbeteren.

Arlette Hanson is oprichter van Komt het Zien!, een stichting die zich al vijf jaar inzet voor theaterbeleving voor mensen met een visuele beperking. Dit najaar maken ze voor het eerst ook in het Parktheater een voorstelling toegankelijk voor blinden en slechtzienden. In november staat ’t Schaep met de vijf pooten op het programma en volgend jaar de nieuwe voorstelling van Tineke Schouten. Hanson legt uit hoe het werkt.

Blindentolk
“Tijdens de voorstelling is een blindentolk aanwezig. Die beschrijft alles wat er te zien is op het podium. De blinde mensen hebben een draadloze koptelefoon en horen daarop de beschrijvingen van de tolk.”

“Als het goed is smelt het geluid van de tolk samen met het geluid dat rechtstreeks van het podium en vanuit de zaal komt, dus dat je je gaandeweg niet meer beseft dat je een tolk hoort. Ik vergelijk het altijd met het luisteren naar een voetbalwedstrijd op de radio.”

Ze vindt het belangrijk dat je theater ook als blinde echt kunt beleven. “We willen dat blinde mensen na afloop net zo veel weten en het net zo beleefd hebben als ziende mensen. Gelijkwaardigheid vinden we heel belangrijk. Al onze tolken zijn zelf ook theatermakers. Als de emotie van een personage niet uit hun stem spreekt, dan zal de tolk dat laten horen, zodat je in de gevoelens mee kan gaan.”

“Onze tolk houdt er rekening mee dat het blinde publiek op hetzelfde moment reageert als de rest van de zaal. Als bij Tineke Schouten bijvoorbeeld de grap niet uit haar tekst blijkt, begint de tolk al eerder met vertellen, zodat de lach bij de blinde mensen op hetzelfde moment landt als bij de rest.”

Het is dus heel belangrijk dat de tolk de voorstelling door en door kent. “Hij bekijkt de voorstelling eerst zelf live in de zaal, en analyseert vervolgens de videoregistratie tot in detail. Daarbij zoekt hij naar momenten waarop hij kan praten, want hij kan natuurlijk niet dwars door de dialoog heen praten. Dat moet goed getimed worden. Als er maar twee seconden tussen twee zinnen zitten, moet hij afwegen of hij wat gaat zeggen en zo ja, voor welke informatie hij dan kiest.”

Meet & feel
Bovendien gaan er aan de voorstelling twee belangrijke delen vooraf. “Een week eerder versturen we een servicemail. Daarin staat niet alleen praktische informatie omtrent de voorstelling, maar ook een link met een introductie, zowel in geschreven tekst als in audio. Daarin geven we alvast informatie over het decor, de kostuums, alle visuele elementen. We benoemen bij een toneelvoorstelling ook alvast alle namen van de personages, zodat de blinde die al goed kent.”

Daarnaast wordt er voorafgaand aan de voorstelling zelf – meestal een uur voor aanvang – een speciale inleiding verzorgd, ook wel een meet & feel of touchtour genoemd. Die is heel belangrijk. “Blinden kijken toch vooral door te voelen, dus als het kan mogen dan de kostuums even aangeraakt worden en kunnen de mensen alvast het podium op om het decor te voelen. Bij Tineke mag je bijvoorbeeld haar kostuum al even aanraken en komt ze zelf ook even kennismaken.”

Vaak komen de acteurs bij die inleiding al even om hun stem te laten horen, zodat het publiek weet welke stem bij welk personage hoort. “Blinde mensen zijn erop getraind om dat snel te herkennen en te onthouden. Als de acteurs van tevoren niet kunnen komen, vragen we ze hun stemmen alvast op te nemen. En als het niet mogelijk om voorafgaand even het toneel op te mogen, zoeken we een oplossing: bijvoorbeeld een maquette.”

Meet & feel voor blinden en slechtzienden voorafgaand aan ‘Juliet & Romeo’ van Ben Duke, Lost Dog. Foto: Karin Jonkers

Maatwerk
Ook bij Theaterfestival Boulevard in ‘s-Hertogenbosch zijn ze nu al vijf jaar hard bezig hun festival, behalve voor mensen met een fysieke, auditieve en cognitieve beperking, ook voor blinden en slechtzienden zo toegankelijk mogelijk te maken. “Boulevard wil echt een festival voor iedereen zijn,” zegt Coralie den Adel namens het festival.

Ze zetten expliciet in op maatwerk. “Als het nodig is begeleiden we mensen met een visuele beperking vanaf dat ze aankomen in de stad, tot en met het moment dat ze na de voorstelling weer naar huis willen. Mensen kunnen zich aanmelden en dan vragen we wat ze nodig hebben, zodat we er samen voor kunnen zorgen dat ze het festival letterlijk goed kunnen doorlopen.”

Ook daar krijgt jaarlijks een flink aantal voorstellingen audiodescriptie, mogen blinde mensen voorafgaand het decor en de kostuums aanraken en kunnen ze kennismaken met de spelers. “Bovendien zijn in principe overal blindengeleidehonden welkom. Op elke locatie staan drinkbakken. Ook liggen er strips op het festivalplein zodat je als blinde kan voelen hoe je moet lopen.”

“Ik vind het echt een meerwaarde voor het festivalgevoel. Het is heel fijn om te ervaren hoe iedereen in alle diversiteit samenkomt tijdens Boulevard. Dat maakt de festivalervaring – voor iedereen – een stuk rijker.”

Artistieke meerwaarde
Het Nationale Theater in Den Haag is afgelopen seizoen de pilot HNTonbeperkt gestart. “Met audiodescriptie, prikkelarme voorstellingen en gebarentolken willen we theater toegankelijk maken voor mensen met een beperking,” vertelt projectleider Willemijn Haasken. “Maar we gaan nog een stap verder: tegelijkertijd onderzoeken we of de inzet van tolken ook een artistieke meerwaarde aan de voorstelling kan hebben.”

“Afgelopen jaar hebben we actrice Romana Vrede gevraagd om een voorstelling te maken speciaal voor mensen met een visuele en auditieve beperking. Ze heeft een dialoog van Kassandra uit De Oresteia bewerkt. Naast haar stonden gebarentolken op de toneelvloer, die echt een rol hadden binnen het stuk: ze vormden het koor.” En in de voorstelling We zijn hier voor Robbie van Eric de Vroedt werden de gebarentolken ook expliciet bij het stuk betrokken. Aan het eind van de voorstelling onthulde acteur Bram Suijker in gebarentaal een belangrijke plotwending. “Normaal gesproken krijgen doven en slechthorenden de informatie een fractie van een seconde later dan de rest, maar nu hadden ze een informatievoorsprong. Dat leverde een bijzonder moment op. We proberen op die manier echt het praktische met het artistieke te verbinden.”