De Britse toneelschrijver Lucy Kirkwood (35) gooit internationaal hoge ogen met haar politiek geëngageerde theaterstukken. Haar werk is inmiddels te zien van West End tot Broadway. In ons land is ze nagenoeg onbekend, maar daar komt verandering in: volgend theaterseizoen introduceert regisseur Eric de Vroedt haar aan het Nederlandse publiek met de voorstelling The Children.

The Children is een expliciet politieke voorstelling en daarmee exemplarisch voor Kirkwoods signatuur als toneelschrijver. Met haar voorstellingen wil ze een wezenlijke, sturende bijdrage aan het maatschappelijke debat doen: ze schreef onder meer over gevoelige onderwerpen als sex trafficking (It Felt Empty When The Heart Went At First But It Is Alright Now), machtsmisbruik en privacy in de media (NSFW) en de Brexit (Mosquitoes).

Theatermaken is per definitie een politieke daad, stelt Kirkwood in The New York Times. “En alles draait daarbij om het bevorderen van empathie.”

Ze schrijft over serieuze onderwerpen, die ze vaak met een duister gevoel voor humor aanvliegt. Bovendien vindt ze het belangrijk om sterke, gelaagde vrouwenrollen te creëren: ze schreef op haar zestiende al een feministische panto-voorstelling, bewerkte later Hedda Gabler en ook The Children omschrijft ze expliciet als een poging om af te rekenen met wat ze ‘het mannelijk paradigma’ noemt, waarin personages met een enkelvoudig streven het verhaal binnenstappen, waar alles vervolgens van in dienst staat.

Maar hoe belandt een literatuurstudent van begin twintig binnen tien jaar op het Samuel J. Friedman Theatre op Broadway? Tijd voor een reconstructie.

Het begon in 2007, toen de destijds 23-jarige Lucy Kirkwood Engelse Literatuur studeerde in Edinburgh. Ze trad zo nu en dan op met de lokale improvisatie-comedygroep The Improverts en schreef weleens wat voor het universiteitsgezelschap Edinburgh University Theatre Company.

Zo belandde haar eerste volledige toneeltekst Grady Hot Potato op het jaarlijkse National Student Drama Festival. Literair agent Mel Kenyon (die onder meer iconische theaterauteurs als Simon Stephens en Sarah Kane aan hun podium heeft geholpen, niet de minste dus) zag de voorstelling, was geïntrigeerd en belde haar op.

Alhoewel ze het inmiddels al tot de laatste auditieronde van de prestigieuze Royal Academy of Dramatic Art had geschopt, is ze zich op sterk aandringen van Kenyon volledig gaan richten op schrijven. Ze ontpopt zich in de jaren daarop tot een zeer productieve theaterschrijver en wordt bovendien gevraagd om te schrijven voor de populaire televisieseries Skins en The Smoke. Goed om de rekeningen mee te betalen, zegt ze destijds tegen Independent over het schrijven voor tv, maar haar hart gaat sneller kloppen van theater.

En dat bewijst ze. In 2008 maakt ze een veelgeprezen modernisering van Henrik Ibsens Hedda Gabler – waarin Hedda het gewraakte manuscript van haar aanbidder Løvborg niet verbrandt, zoals Ibsen voorschreef, maar in plaats daarvan een usb-stick met daarop het document doorslikt. ‘Een ingenieuze update’, noemde The Guardian het.

Maar het grote publiek leert haar kennen in 2013, met haar ambitieuze stuk Chimerica. Een drie uur durende epische vertelling over de relatie tussen Amerika en China, verteld vanuit een Amerikaanse fotojournalist te midden van de Chinese gemeenschap in de VS. Het stuk werd haar debuut op West End en daarmee haar nationale doorbraak. De voorstelling won vijf Oliver Awards, waaronder die voor Best New Play.

Dan gaat het snel. Haar volgende stuk The Children gaat in 2016 in première op West End en wordt het jaar daarop naar Broadway gehaald. Ze oogstte lovende kritieken van de Amerikaanse pers.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding.)

Seán McGinley and Marie Mullen in The Children in Dublin. Foto: Ros Kavanagh

Het stuk speelt zich af in het strandhuisje van het echtpaar Hazel en Robin, twee gepensioneerden die vroeger als fysici betrokken waren bij een de ontwikkeling van een kerncentrale die uiteindelijk tot een nucleaire ramp leidde – een fictief uitgangspunt waarin impliciet de kernramp van Fukushima uit 2011 echoot. Twee personages die in de stugge, comfortabele overtuiging verkeren dat hun daden geen grote implicaties hebben – op politiek noch persoonlijk vlak. Het stel ontvangt na 38 jaar hun oude vriendin Rose – die hen confronteert met de verantwoordelijkheid die hun generatie dient af te leggen aan de jonge garde. Wat begint als een universeel portret over liefde en ouderdom, ontpopt zich gaandeweg als een complex, moreel vraagstuk over ecologische nalatenschap.

Het stuk werd geroemd om haar gelaagdheid en hoe Kirkwood het rationele aan het empathische verbindt. “Ik heb heel lang geprobeerd een manier te vinden om over klimaatverandering te schrijven. En ik wilde het laten leiden door emoties in plaats van intellect,” zegt Kirkwood in The New York Times.

Kirkwood stelt generationele pijnpunten stevig aan de kaak: ze plaatst de oudere generatie, die maar niet wil geloven dat zij met hun vervuiling daadwerkelijk invloed op het klimaat uitoefenen, tegenover een jonge generatie die de straat op gaat om te protesteren. Een debat dat ook in Nederland hevig gevoerd wordt, met scholieren die door schouderophalende politici denigrerend ‘klimaatspijbelaars’, worden genoemd.

Wat dat betreft is het geen verrassing dat hier in Nederland uitgerekend Eric de Vroedt haar werk gaat ensceneren. Ook hij laat zich in de keuze van zijn werk graag leiden door het publieke debat: eerder stelde hij bij Het Nationale Theater met de voorstelling Race institutioneel racisme aan de kaak en daarna verknoopte hij in The Nation het verhitte politieke klimaat met het kleinmenselijk drama binnen een versnipperde samenleving. Het belooft een spannende match te worden tussen die twee.