Jeugdtheater De heelalbeuker (8+)
Door Theatergroep Goldmund
Gezien 12 september 2019, Theater de Krakeling (Amsterdam)


Christoffel heeft 133 liedjes geschreven en was nergens bang voor. Maar hij is inmiddels ook verdwenen, en de herinnering aan hem wordt steeds kleiner. Daarom gaat zijn achtergebleven neefje, de hoofdpersoon in De heelalbeuker, op zoek naar die wereld waarin Christoffel zich zo thuis voelde: ‘de tussenwereld’, daar waar verhalen alles mogelijk maken, als alternatief voor de onbevredigende realiteit van ‘spul’ en dagelijkse sleur.

De reis brengt hem bij ‘een ondergrondse ruimte met een eenpersoonspodium en bar’ – het souterrain van De Krakeling waar deze melancholische voorstelling gisteren in première ging. Dit is die tussenwereld: hier kan alles gebeuren. Hier kan alles verdwijnen, hier is de zanger alleen nog zijn woorden en klanken. Als Christoffel ergens weer zou verschijnen, dan is dat hier.

Muziektheatergroep Goldmund is het samenwerkingsverband van muzikant-theatermakers Wilko Sterke en Thijs Maas, in 2014 opgericht binnen het Nieuwkomers-traject van Orkater en inmiddels op eigen benen. De heelalbeuker is hun eerste jeugdtheatervoorstelling en wordt geregisseerd door Sanne Nouws. Lotte de Bruijn speelt zowel Christoffel als diens zoekende neefje. Die grens is veelzeggend diffuus: wanneer verander je in dat waarnaar je op zoek bent? Aan weerszijden van de speelvloer staan Sterke en Maas, die het personage van De Bruijn dan weer bijstaan, dan weer uit evenwicht proberen te brengen.

De heelalbeuker – gebaseerd op werk en leven van Maarten van Roozendaal, die 1 juli 2013 overleed – is een verhalende monoloog, een poëtisch verslag van een zoektocht naar een herinnering die gaandeweg aan het vervliegen is. Van Roozendaal was Sterkes oom, wat deze voorstelling voor wie dat weet een spannende dubbele laag geeft, maar waar binnen het stuk verder niet concreet op wordt ingegaan.

Dat verslag is grillig, fragmentarisch en ongrijpbaar. Maar daarin is het ook volhardend en op momenten te veel in zichzelf gekeerd. Het personage Christoffel wordt volop geromantiseerd, maar heeft zijn compromisloze vrijheidsdrang niet ook iets dwingends en benauwends? Uiteindelijk stelt de voorstelling de vraag in hoeverre het verdwijnen van Christoffel onontkoombaar was. Dat lijf, dat de hele tijd maar die tussenwereld in moest, is ook maar van spul gemaakt. Dat is op enig moment op.

Het is een liefdevolle ode aan de herinnering van Van Roozendaal, in deze voorstelling gepersonifieerd door het karakter Christoffel (een verwijzing naar het gelijknamige nummer van Van Roozendaal), die zich consequent afzet van spul en sleur. Er wordt daarbij volop geciteerd uit Van Roozendaals rijke oeuvre. Het neefje dat de herinnering aan zijn oom najaagt krijgt per saldo nauwelijks invulling, bestaat voornamelijk bij de gratie van zijn mysterieuze voorbeeld. Het in your face-spel van De Bruijn laat weinig ruimte voor meerduidigheid.

Pas in de slotsequentie wordt er iets van de binnenwereld van het neefje invoelbaar, als die woede en vervolgens verslagenheid voelt en zich dan eindelijk deels lijkt te distantiëren van zijn oom. In dat spanningsveld tekent zich een potentieel interessant personage uit, dat nu nog aan de oppervlakte blijft.