Theater
Tante Bennie heb een kutkerst door Werkplaats Walhalla. Gezien: 8/12, Kantine Walhalla (Rotterdam). Aldaar t/m 29/12. Inl: www.werkplaatswalhalla.nl


Tante Bennie heb een kutkerst zou gebaseerd zijn op waargebeurde verhalen uit de Rotterdamse Kaap, maar die documentaire insteek is bepaald niet terug te vinden in de karikaturale, voorspelbare en flinterdunne Scrooge-pastiche die de voorstelling is geworden. Een gemiste kans, want daardoor blijft de jaarlijkse kerstvoorstelling bij Theater Walhalla een volstrekt pretentieloos niemendalletje. Terwijl er in Katendrecht toch verhalen te vinden moeten zijn die tot spannendere personages leiden dan types als Tiny Trekkepoot, Annie Kwartiertje en hoerenmadam Benny.

Tante Benny (Victor van Swaay) is een chagrijnige, gierige bordeeluitbater die, tegen de achtergrond van de Rotterdamse scheepsbuurt in de zestigerjaren, haar medewerkers liever laat creperen dan dat ze er een cent aan uitgeeft. Een opeenstapeling aan loze beloften van bonussen en opslag, leidt op kerstavond tot een zoete wraak van haar personeel. Vastgeketend aan haar eigen toog confronteren ze haar met haar eigen leven – verleden, heden en toekomst – in scènetjes met een knullig bonte-avondgehalte, met alle hilariteit van dien.

Helaas heeft schrijver Jeremy Baker duidelijk meer creativiteit gestoken in het verzinnen van synoniemen voor geslachtsdelen, dan in het construeren van een origineel plot. Regisseur Loes Luca doet daar met de consequent hysterische speelstijl nog een behoorlijke schep bovenop. Af en toe slaat er iemand op de jukebox en wordt er nog een illustratief lied ingezet op de melodie van een kerstige evergreen. Kortom: Tante Bennie heb een kutkerst is Rotterdamse meligheid in het kwadraat. Wie zich voorbereidt op geen greintje meer dan dat, krijgt precies waar voor z’n geld.

Daar moet je verder niet flauw over doen: het is zeker een prestatie dat de ruim anderhalf uur die er voor het verhaaltje is uitgetrokken, niet oervervelend wordt. Dat is met name een verdienste van de schaamteloze spelersploeg, waarin Jennifer Welts opvalt als pittige Katendrechtse hoer die niet op haar mondje is gevallen, en Kaatje Kooij haar mank lopende personage bij vlagen een welkome zweem treurigheid meegeeft.

Schrijver Baker fietst er uiteindelijk nog een expliciete moraal doorheen die je van mijlenver ziet aankomen, maar zoals gezegd: van de inhoud moet deze productie het niet hebben. Wat dat betreft zit Tante Bennie zelf er in haar kwalificering niet ver naast: ‘Een nacht vol amateurtoneel van een stel kwaaie temeiers.’ Tante Bennie heb een kutkerst is flinterdun kerstamusement – maar ook daar is, om in Tante Bennies eigen referentiekader te blijven, zeker markt voor.