Vrijdag gaat de theaterbewerking van de succesroman ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ in première. Regisseur Floris van Delft wilde dat er, naast vijf professionele acteurs en vijf muzikanten, elke voorstelling ook vijftig nieuwkomers op het toneel staan.

Het eerste wat regisseur Floris van Delft wist toen hij besloot om het boek Hoe ik talent voor het leven kreeg voor theater te bewerken, was dat hij met echte nieuwkomers wilde werken. En het liefst met zo veel mogelijk. „Er gaat kracht uit van grote aantallen.”

De voorstelling is gebaseerd op de gelijknamige succesroman uit 2017 van de Iraakse schrijver Rodaan Al Galidi, over het leven als vluchteling in een Nederlands azc. De roman is niet autobiografisch, maar wel gebaseerd op zijn eigen ervaringen: Al Galidi zat zelf negen jaar in een azc, voordat hij in 2007 dankzij een generaal pardon een verblijfsvergunning kreeg.

Met zijn theatergezelschap Wat We Doen ging Van Delft op zoek naar statushouders die de wachtende vluchtelingen in het azc wilden spelen. Ze staan straks naast vijf professionele acteurs en vijf muzikanten op de vloer. Van Delft: „Je kan natuurlijk een prachtige theatervoorstelling van dat boek maken, maar het grote gevaar is dat je naderhand de zaal uitloopt en alleen maar denkt: ‘Ach, die arme mensen.’ Dat wilde ik absoluut voorkomen.”

lees de volledige reportage op nrc.nl