Cabaret
Ja maar hoe dan? van Benjamin van der Velden. Gezien: 27/2, Theater Bellevue (Amsterdam). Tournee t/m 28/5. Inl: www.benjaminvandervelden.nl


In zijn tweede voorstelling begint en eindigt Benjamin van der Velden op een bankje op de grens van Polen naar Wit-Rusland, alleen in de nacht. Daar tussendoor slingert hij zichzelf en het publiek kriskras door het voormalig Oostblok, naar verre Limburgse bustrajecten tot aan illustere Haarlemse fietstunneltjes (‘pedofielenfuiken’). Hij doet levenslessen op in aftandse slaaptreinen en drinkt vervolgens genoeg wodka om ze meteen weer te vergeten.

Met zijn gebrek aan richting en een constant gevoel van onbehagen, is Benjamin van der Velden een soort prototype millennial. Dat vertaalt zich mooi in de vorm waarin hij zijn voorstelling Ja maar hoe dan? heeft gegoten: hij klampt zich tevergeefs vast aan een overkoepelende verhaallijn, die richting zou moeten geven en waarin hij zichzelf geconfronteerd ziet met existentiële vragen, maar voordat hij bevredigende antwoorden heeft kunnen formuleren is hij alweer afgeleid door banale driften, alledaagse absurditeiten en andere willekeurige zijsporen.

In Ja maar hoe dan? hinkt Van der Velden op twee benen, die beide niet helemaal op scherp komen. Aan de ene kant leunt de voorstelling op zijn filosofische bespiegeling over angst, vrijheid en nostalgie – die echter te veel in algemeenheden blijven hangen om daadwerkelijk van betekenis te worden. Anderzijds verliest Van der Velden zich, weliswaar met aanstekelijk plezier, in zijn voorliefde voor absurditeiten. Dan ontregelt hij zijn eigen verhaal met eindeloze terzijdes van terzijdes. Best grappig soms, maar per saldo blijft hij ook daarin redelijk veilig: zowel in zijn onderwerpkeuze, die wel erg alledaags en semi-studentenkoos is, als in het feit dat hij zichzelf steeds relatief snel weer terugroept tot de orde van de dag. Echt ontsporen doet de voorstelling daardoor steeds net niet.

Wel verrast Van der Velden met een aantal prachtige nummers, waaronder het verhalende lied over de stille heimwee van een Russisch meisje. Met treffend gevoel voor detail en zijn integere, ingeleefde zang, weet Van der Velden een universeel thema onverwacht invoelbaar te maken. Later componeert hij live op de toneelvloer zijn eigen paniekaanval, dat hij met behulp van zijn looping station echt intens weet te maken. Tegelijkertijd legt hij daarmee bloot hoe irrationeel zo’n angstaanval daadwerkelijk is: het is volledig losgezongen van elk daadwerkelijk hier en nu en helemaal ontsproten uit hemzelf. Niettemin is die angst die het sorteert wel degelijk reëel. Op dat soort momenten komen vorm en inhoud op originele wijze samen en is Van der Velden op zijn sterkst.