Vier klarinettisten van Het Nieuw Amsterdams Kwartet gaan vanmiddag niet op. Als gevolg van de coronamaatregelen is de première van de voorstelling Dromenblazers van jeugdmuziekgezelschap Oorkaan uitgesteld. In plaats van recensies te publiceren, laat Theaterkrant de komende weken dagelijks theatermakers aan het woord die betrokken zijn bij een voorstelling die op die dag in première zou gaan. Regisseur Mart van Berckel: ‘Jonge kinderen hoeven het niet te snappen, ze willen geprikkeld worden.’ 

Het Concertgebouw in Amsterdam zou in de loop van deze middag overgenomen worden door vier blazers en, vooral, een hele bende vijfplussers, die daar bijna een uur lang klassieke muziek voorgeschoteld zouden krijgen. Gegoten in een theatraal jasje, dat wel. Op die manier probeert Oorkaan jonge kinderen in contact te brengen met klassieke muziek.

Aan regisseur Mart van Berckel de taak om een theatrale vertaling bij de partituren van onder meer Gershwin, Mahler en Dvorák te creëren. ‘Het is voor die jonge kinderen – net als voor veel volwassenen trouwens – vaak nog een brug te ver om alleen maar naar die muziek te luisteren en dat te kunnen waarderen. Maar met een goede enscenering, die inspeelt op de belevingswereld van de kinderen, kan je de beleving van de muziek heel erg versterken.’

Hij probeert met een visuele laag de kinderen handvatten te bieden om de muziek te ondergaan. Hij vertrekt daarbij, zoals kenmerkend bij Oorkaan, puur vanuit de partituur. ‘Wat zit er in die noten besloten? Hoe vertaal je dat naar een handeling of een beeld? Er zit bijvoorbeeld een stuk van de Goldbergvariaties van Bach in. Door goed naar de partituur en de structuur van de muziek te kijken, ontdek je een tweestemmigheid, een soort canon. Dat probeer ik dan te vertalen naar een visuele vorm.’

Tegelijkertijd is het ook soort logistieke puzzel. ‘Als een van de klarinettisten twee maten rust heeft, betekent dat automatisch dat diegene ruimte heeft voor een handeling.’

De testdoorlopen met kinderen ervoer hij als het hoogtepunt van het repetitieproces. ‘Als er een klas komt kijken vraag ik altijd eerst of ze weten wat er eigenlijk gaat gebeuren. De helft blijkt dan meestal überhaupt niet eens door te hebben dat ze theater gaan krijgen.’

Precies die onbevangenheid maakt theatermaken voor kinderen zo leuk, vindt Van Berckel. ‘Kinderen maakt het niets uit of het Schumann, Bach of Mahler is. Ze reageren uitsluitend primair en ongefilterd. Daardoor weet je meteen wanneer iets goed is, maar óók als het saai is.

Die eerlijkheid van vijfplussers is ook heel inspirerend, zegt hij. ‘Ze zijn totaal niet bezig met waar het over gaat. Ze willen het niet snappen, ze willen geprikkeld worden. Jonge kinderen kunnen al gefascineerd raken door iets wat heel langzaam beweegt. Dat hele zintuiglijke, dat helemaal losstaat van alles wat rationeel is, sluit eigenlijk heel erg aan bij hoe ik zelf in het theater wil zitten.’

Het woordloze Dromenblazers is wat dat betreft een ode aan de eenvoud van de zintuiglijke prikkeling, door middel van beelden en muziek. ‘Muziek is sowieso iets totaal anders dan taal. Taal gaat heel erg over het geven van betekenis, maar muziek gaat daaraan voorbij. Iets hoeft niet in woorden uitgedrukt te worden om van betekenis te zijn.’


Oorkaan en het Concertgebouw zoeken een nieuwe premièredatum voor Dromenblazers in september.