De theaterrecensent blijft thuis. De theaterzalen zijn dicht, maar het online aanbod staat wagenwijd open. In plaats van voorstellingen te bezoeken, zap ik de komende dagen lukraak langs registraties, live-streams en andere online-projecten. Vandaag: het plechtige ITA’s Decamerone en het pretentieloze Toen wij de tijd hadden.

ITA’s Decamerone en Toen wij de tijd hadden zijn twee online-series die vrijwel direct na de theatersluiting op 12 maart zijn bedacht, vervolgens in no time uit de grond zijn gestampt en inmiddels alweer ruim een week onderweg zijn. ITA greep daarvoor terug op de veertiende-eeuwse verhalen van Boccacio, DE VANDALEN maakte een parodiërende webserie die volledig uit deze tijd en tijdgeest ontsproten is. In beide concepten blijken spot en satire dankbare hulpmiddelen tot relativeren.

Elke dag verschijnt er op Vimeo een nieuwe aflevering van ITA’s DecameroneEen aflevering beslaat één verhaal uit de bundel van Boccacio, met honderd verhalen in de band kunnen we dus ruim drie maanden vooruit. ‘Langer mag het echt niet duren’, zei regisseur Ivo van Hove vorige week toen hij het project aankondigde in cultuurprogramma VPRO Mondo, dat de reeks coproduceert. Het zijn verhalen die de spot drijven met lust, verlangen en liefde, maar ook gierigheid en wrok. Van Hove: ‘Dus het volle leven zit daar eigenlijk in.’

De dagelijks wisselende acteurs van het ITA-ensemble (en vanaf aankomende week ook van Het Nationale Theater) weten met hun kundige dictie uitstekend raad met de vertellingen. De duur van de verhalen varieert van vijf tot tien minuten en ze worden gepresenteerd zonder poespas of omhaal: de acteurs zitten aan een tafel met daarop een brandende kaars, op de achtergrond zien we ten overvloede die lege zaal van het ITA.

De korte videoclips kunnen een welkom moment van verstrooiing en bezinning bieden. Maar hoe sympathiek en lovenswaardig het initiatief ook is, het concept van ITA’s Decamerone bleek in de eerste week ook nodeloos plichtmatig en rigide. Ik mis het spelplezier dat in de eerste vijf afleveringen eigenlijk vooral Ramsey Nasr aan de dag legde. Met ingeleefd spel en schalkse blikken in de camera kwam Nasr, ondanks de prominente stapel A4’tjes tussen hem en de kijker in, vaak los van het papier en bracht daardoor zijn verhaal het meest tot leven.

Tegenover het meer plechtige Decamerone, is het volslagen pretentieloze Toen wij de tijd hadden van DE VANDALEN een ware verfrissing. Daarin worden een aantal korte sketches – volledig opgenomen via programma’s als Skype, FaceTime en Instragram – in een snelle houtjetouwtje-montage door elkaar gemixt. De serie is op 14 maart bedacht door Joeri van Spijk, Rozanne de Bont en (actrice en regisseur-op-afstand) Elène Zuidmeer, en nog geen week later stond de eerste aflevering online. Op onregelmatige basis, zo om de twee á drie dagen, verschijnt er een nieuwe video van circa tien minuten op het YouTube-kanaal.

De volledig vanuit de huizen van de acteurs en makers geproduceerde webserie vertrekt, eigenlijk net als ITA’s Decamerone, vanuit een groep jonge mensen die hun dagen in sociale isolatie in relatieve luxe beleven en hun blik op de wereld van daaruit met elkaar delen. En ook hier zijn liefde, verlangen en lust de belangrijke thema’s, die op een uiterst humoristische manier worden aangevlogen.

De makers hebben zich goed gerealiseerd dat deze actualiteit eerst en vooral vraagt om volstrekt nieuwe vormen van sociale interactie, alsof we het communiceren opnieuw moeten uitvinden. Dat doen de personages met horten en stoten, maar ook met een aanstekelijke vastbeslotenheid: ‘Er is niets waar geen online platform tegenaan te gooien valt’, zegt een van hen in de openingsaflevering.

Uit al die nieuwe vormen van sociaal contact, en de hardnekkigheid die de personages aan de dag leggen in hun pogingen om elkaar op andere (onbekende) manieren vast te blijven houden, tekent zich vaak een allesomvattende eenzaamheid uit. De plichtgetrouwe kleinzoon die zijn oma gedichten voorleest, de oudere heer die oneindig wacht op een Skype-gesprek en het jonge koppel wiens relatie nog niet klaar was voor rigoureuze isolatie – althans wat háár betreft. Het levert fijne kleinoodjes op vol (online) sociaal ongemak en plaatsvervangende schaamte.

Het perspectief van waaruit we kijken, is bovendien bijna altijd de camera van de laptop of telefoon, met als gevolg dat de personages vrijwel voortdurend in onfortuinlijke close-ups te zien zijn. Je komt eigenlijk voortdurend veel te dichtbij, wat de voyeur die in elke theaterliefhebber verscholen gaat zich ongetwijfeld laat smaken.

De kracht van de serie zit hem niet alleen in de levensechte dialogen, die gespeeld worden door een hele fijne, alsmaar uitdijende spelerstroupe (21 stuks and counting), maar ook in de slimme montage: net als bijvoorbeeld in de mockumentary The Office zijn het juist de uitgerekte secondes vóór of na een gesprek, de momenten waarop de personages zich onterecht ongezien wanen, waarin de gene, pijn of het verdriet zich daadwerkelijk uitkristalliseert.

Zo is Toen wij de tijd hadden niet alleen heel grappig (en op momenten ontzettend flauw), maar ook onverwacht ontroerend.

Gezien: ITA’s Decamerone van Internationaal Theater Amsterdam i.s.m. Het Nationale Theater en VPRO/MONDO en Toen wij de tijd hadden van DE VANDALEN.