De theaterrecensent blijft thuis. De theaterzalen zijn dicht, maar het online aanbod staat wagenwijd open. In plaats van voorstellingen te bezoeken, zap ik de komende dagen lukraak langs registraties, live-streams en andere online-projecten. Vandaag: bewerkte scènefoto’s en corona-collages.

Is het een crashende auto, of balanceert die auto op het punt in de horizon waar de zijkanten van de weg samenkomen? Zien we een catastrofe die niet meer te stoppen is en waarvan het einde per definitie desastreus is, of is dit een verstild moment dat draait om het uitoefenen van optimale controle?

Corona Collectie #1: ‘Balans’ (door Paul van der Laan voor Manon)

Kortom, twee extreme tegenpolen gevangen in één beeld – en wat illustreert dat beeld op treffende wijze hoe we de staat van de samenleving (en het theater) op dit moment kunnen bekijken.

In de Corona Collectie maakt Paul van der Laan van mimetheatergroep Bambie dagelijks twee collages. Ter inspiratie vroeg hij zijn publiek om hem in een woord of zin te sturen wat hen op dit moment bezighoudt. Foto’s van zijn collages post hij dagelijks via Frascati op Instagram.

In de fotoserie Where are the performers? reageert performancecollectief La Isla Bonita ook op de actualiteit van corona en quarantaine. Daarvoor bewerkte Lisa Schamlé de scènefoto’s (van Bas de Brouwer) van hun voorstelling De managers – die vorig jaar op Over het IJ in première ging en waarvan deze maand de zalentournee zou beginnen – tot een serie over de (on)zichtbaarheid van de performer in quarantaine. Ze hield de foto’s vrijwel helemaal intact, maar verwijderde de performers zelf uit de beelden.

De in de lucht zwevende kledingstekken tonen allereerst hoe abrupt de sector – de samenleving – ruim een maand geleden tot stilstand is gebracht. Het deed me denken aan de decorstukken van Ritratto van De Nationale Opera, die op dit moment voor een groot deel nog in de Grote Zaal van Internationaal Theater Amsterdam staan (de theaters sloten na de eerste generale repetitie van de voorstelling) – ook wachtend op performers en publiek, om weer de betekenissen te krijgen die ooit voor ze bedacht waren.

luit
‘Where Are The Performers?’ van La Isla Bonita (edit: Lisa Schamlé, foto: Bas de Brouwer)

Door de lichamen van de performers uit de foto’s te verwijderen, snijdt La Isla Bonita als het ware de ziel uit het beeld. Zonder lichamen is er immers geen contact: geen voorzichtig aanraken, omhelzen of dreigend tegemoet treden. Maar ook geen oogcontact, geen liefdevolle blik, frons of stille traan. Theater draait om afstand en het overbruggen daarvan, om de ontmoeting tussen toneelspelers onderling, én tussen performer en publiek. Zonder fysiek is er geen afstand of ontmoeting. En wat blijft er dan nog over?

Of doet La Isla Bonita een beroep op het voorstellingsvermogen van haar publiek. Roepen de makers het publiek op tot geduld en vragen ze hen intussen niet te vergeten? Moeten we de streams, video’s en andere vormen die theatermakers nu bedenken zien als een belofte aan wat ons aan de andere kant van de brug te wachten staat? Worden de esthetische, maar levenloze beelden vanzelf weer gevuld met empathie, conflict en menselijkheid?

Paul van der Laan reageerde op het ingezonden woord ‘hoop’ met een groen blad dat zich opdringt in een onherbergzaam grijs gesteente. Waar hoop is, is leven. Ik ben voorlopig vastbesloten diezelfde belofte ook in de door Schamlé bewerkte scènebeelden te zien. Waar hoop is, is leven – en waar leven is, is theater. Hoe dan ook.