Alle tribunes eruit, dat is het eerste wat Het Nationale Theater doet als de zalen van de Koninklijke Schouwburg, Theater aan het Spui en Zaal 3 eind juni weer openen. In een serie korte gesprekken peilt Theaterkrant hoe theaters en makers nadenken over mogelijke scenario’s voor het anderhalvemetertheater.

Eén ding is duidelijk: Het Nationale Theater in Den Haag wil zo snel mogelijk weer voorstellingen laten zien. Het gezelschap schrapte alle geplande producties voor 2020, en brengt onder de noemer Het Nationale Theater speelt altijd vanaf 24 juni veertien nieuwe voorstellingen. Daarnaast wordt er nagedacht over hernemingen van al gemaakte (kleinschalige) producties, zoals DOPE van Sadettin Kirmiziyüz en Language van Vanja Rukavina. Snel, wendbaar en schaalbaar zijn daarbij de sleutelwoorden.

Maar hoe gaat een theaterbezoek eruitzien in de realiteit van anderhalve meter afstand? Directeur Cees Debets: ‘Het idee is nu dat we alle stoelen van de Koninklijke Schouwburg eruit halen, zodat je een flexibele ruimte hebt, die je aan kan passen aan het publiek van die avond. Dus als je bijvoorbeeld als gezin met zijn vieren komt, krijg je ook een plek met vier stoelen en een tafeltje.’

Ook in Theater aan het Spui en Zaal 3 liggen er nu plannen klaar om de tribunes in te schuiven, waardoor er een vrije ruimte ontstaat die je makkelijk kunt opschalen – bijvoorbeeld als het toegestane aantal bezoekers in juli van dertig naar honderd gaat. Debets: ‘Het afgelopen jaar hebben we in het Theater aan het Spui regelmatig livepodcast gemaakt met Lex Bohlmeijer van De Correspondent. Het publiek ligt dan in tuinstoelen in een donkere zaal, en Lex zit met een gast aan een tafeltje, slechts verlicht door een lampje. Dat concept is al helemaal coronaproof.’

‘Het is niet dat je naar een voorstelling gaat zoals je gewend bent, met als enige verschil dat er minder andere mensen zijn. Het wordt helemaal anders, en dat moet je steeds benadrukken. Het wordt een ervaring die maar weinig mensen kunnen delen, en door dat unieke wordt het bijzonder.’

Om dat vorm te geven moet je terug naar de kern van het toneelspelen, volgens Debets. ‘Dat is: één acteur, en ten minste één toeschouwer. Vanaf daar moet je het opnieuw uitvinden.’ Grote decors worden bijvoorbeeld ook ingewikkeld. ‘Het decor van Trojan Wars, dat sinds de afgelasting stond te verstoffen in de schouwburg, hebben we binnen de nieuwe regelgeving laten afbouwen, maar dat duurde vier dagen, in plaats van de gebruikelijke vier uur.’

Er wordt inmiddels ook volop nagedacht over de publieksstromen in de theaters. ‘We zijn routes aan het uitdenken, het kaartsysteem aan het reorganiseren, de gezondheidsscreening aan het vormgeven.’ Informeren is daarbij cruciaal, volgens Debets. Ze putten daarvoor uit kennis en ervaring die ze hebben opgedaan binnen HNTonbeperkt, het traject waarmee HNT zich inzet om theater ook voor mensen met een beperking zo toegankelijk mogelijk te maken. ‘Het publiek moet het gevoel hebben dat ze, vanaf het moment dat ze overwegen te komen, in veilige handen zijn. Het theater is het haar publiek verplicht hen goed te informeren wat ze kunnen verwachten. Dat moet vooraf gebeuren: je moet thuis al bijna de hele route in het theater kunnen ervaren.’

Daarnaast wordt nu gekeken welke voorstellingen passend zijn om te spelen. ‘Waarschijnlijk gaan we in Theater aan het Spui een eerste proeve doen van Duncan McMillans Every Brilliant Thing. Dat waren we al van plan, maar die productie trekken we nu naar voren. Het worden een soort werkvoorstellingen, zodat de acteurs – afwisselend Tamar van den Dop en Bram Suijker – de voorstelling samen met het publiek kunnen repeteren.’

De acteurs zijn dan – op veilige afstand uiteraard – omringd door het publiek. ‘We willen geen halflege tribunes, niet voortdurend die afstand benadrukken. Binnen de regels gaan we steeds op zoek naar hoe we de interactie tussen speler en publiek maximaal tot stand kunnen brengen.’

‘Het dreigt zo nu en dan een klinische discussie over mondkapjes en spatschermen te worden – en ik juich alle onderzoeken toe die kunnen leiden tot het snel openen van theater – maar wij gaan echt op zoek naar manieren om het contact met het publiek op een zo goed mogelijke manier te herstellen. We proberen ze niet te confronteren met alles wat niet mag en kan, maar vooral met wat er wel is. Zo moet er bijvoorbeeld wel wat te drinken kunnen zijn. Een avondje theater moet uiteindelijk natuurlijk ook gewoon gezellig zijn.’


Het Nationale Theater speelt altijd gaat op 24 juni van start. Meer informatie vind je op de website.