‘Iris belt elke week met haar opa Boris. Ze is benieuwd hoe het nu met hem gaat en of hij al wat handiger is geworden met zijn computer. Ga je gang.’ Met die korte opdracht trapte Erik Snel gisterenavond de Live-improvisaties via Zoom van theatergroep Aluin af.

Wat volgt is een vrolijk hilarische mini-scène van Iris Vlutters en Boris van Bommel, waarin die laatste, zoals het een goede bejaarde betaamt, het stug niet voor elkaar krijgt om de webcam van zijn laptop op zijn gezicht te richten – waardoor elk gesprek per definitie een vervreemdende lading krijgt. Het communicatieve ongemak wordt lekker breed uitgemeten. ‘Improviseren’, zei Erik Snel bij aanvang, ‘bestaat vooral uit zweet, paniek en doodsangst. En verder wat creativiteit.’

Elk jaar sluit theatergroep Aluin het theaterseizoen af met de Aluintuin, een driedaags minifestival in en om hun thuisbasis Villa Concordia in Utrecht. Terugkerend onderdeel daarin zijn de improvisatiesessies die aan Aluin verwante acteurs ten beste geven. In het kader van de coronamaatregelen wijken de spelers nu uit naar Zoom.

Het concept is even simpel als doeltreffend, en leent zich daardoor uitstekend voor een Zoomsessie. Twee acteurs worden overvallen door een korte opdracht, de toeschouwer ziet hoe de spelers die opdracht kort incasseren en de scène begint. De spanning die het bijwonen van improvisaties zo aanstekelijk maakt (gaan ze het ‘redden’? En zo ja, wat is het dan eigenlijk precies dat ze gaan redden, wat gaat deze scène betekenen?) is via Zoom zeker tastbaar. Ook prettig: door niet te veel mensen aan de Zoom-meeting toe te voegen, blijft deze improvisatiesessie iets intiems hebben.

Erik Snel bedacht situaties die in deze digitale tijd gebeiteld zijn: in Zoomgesprekken profileert de ploeterende, eenzame mens zich, vaak wanhopig op zoek naar een vorm van contact of liefde. Dat geldt ook voor de minister-president (Jilles Flinterman), die warmte zoekt bij doventolk Irma Sluis (Audrey Bolder).

Het levert stuk voor stuk vermakelijk scènes op en een paar pareltjes – een uitstekende vangst voor een impro-sessie van drie kwartier, lijkt me. Mooi is de dialoog tussen de bikkelharde cosmeticaverkoopster (Myrthe Boersma) die via Zoom haar producten aan een conflictvermijdende klant (Maxime Vandommele) probeert te slijten. Boersma speelt een geraffineerde en vlotte prater, voorzien van een angstaanjagend vastbesloten glimlach, die gewetenloos munt slaat uit de coronacrisis, maar dan onverwacht in haar hart geraakt wordt door de eerlijkheid van een ander. Of is dat ook een verkooptrucje?

Improviseren op Zoom betekent geen uitgemeten fysiek of spannend stil spel: de spelers hebben vooral woorden en mimiek tot hun beschikking. Bovendien moeten ze het zonder de bijval van het publiek – een bevrijdende lach, de ingehouden stilte – doen: alle toeschouwers zijn ge-mute. Dat maakt het op- en uitbouwen van een dramatische situatie extra moeilijk: eens te meer wordt duidelijk dat bij theater niet alleen de spelers op de vloer, maar ook de toeschouwers in de zaal verantwoordelijk zijn voor wat er ontstaat.