Met een ogenschijnlijk eenvoudige set of rules probeert Johannes Bellinkx het perspectief op de wereld te kantelen. Kun je de anderhalvemetermaatschappij ook als een grote, theatrale installatie beschouwen?

‘Het simpele principe van anderhalve meter afstand houden is eigenlijk een heel interessant theatraal gegeven’, zegt Johannes Bellinkx. ‘Het dwingt je om de ruimte op een heel specifieke manier met elkaar te delen. Ineens zie je de ander bijvoorbeeld veel vaker van kop tot teen, praat je niet alleen maar met een hoofd. Ik merk dat die afstand bij mij ook een soort veilig gevoel creëert, een bepaalde rust.’

Bellinkx speelt in zijn werk volop met de perceptie van tijd en ruimte. Hij gaat daarvan uit van restricties en beperkingen, die je dwingen om op een andere manier naar de wereld te kijken. In Framing (2015) vernauwde hij je blikveld en bepaalde de richting waarheen je keek. In Reverse (2018) liep je niet vooruit maar achteruit, je blik gericht op wat je gepasseerd hebt, in plaats van wat er in het verschiet ligt. ‘Door de deelnemer achteruit een route te laten lopen, probeerden we een andere tijdbeleving invoelbaar te maken. Wij zien de toekomst als iets wat voor ons ligt en het verleden als iets wat achter ons ligt, maar voor heel veel culturen geldt dat helemaal niet. Dat ruimtelijke perspectief op tijd vind ik interessant.’ Bellinkx is onderdeel van kunstcollectief SoAP Maastricht. ‘We zijn met SoAP steeds op zoek naar perspectiefkantelingen. Als je puur naar de set of rules kijkt, zou je deze anderhalvemetermaatschappij ook als een groot werk kunnen zien.’

Niet alleen de opgelegde onderlinge afstand, ook de vertraging die inherent was aan de ‘intelligente lockdown’, had spannende – theatrale – consequenties. De coronarestricties legden namelijk niet alleen nieuwe perspectieven op het straatbeeld, maar ook andere sociale omgangsvormen en structuren aan de dag, ervoer Bellinkx. ‘De stad liet zich er opnieuw door bekijken. Ze liet de architectuur zien die normaliter wordt verdoezelt door de mensenmassa’s. En in het dorp waar ik woon ontstond een soort vijftigerjaren dorpsgemeenschap. Ineens stonden we met elkaar te buurten op straat werd dat een dagelijkse routine. Kinderen spelen op straat. Normaal gaan die allemaal voortdurend naar zwemles en hockey, nu speelden ze met bootjes in de sloot voor het huis. Zelf was ik voordat corona uitbrak veel in het buitenland aan het werk, en ineens was ik veroordeeld tot mijn kleine dorp. Van een internationaal gerichte blik werd ik ineens gedwongen tot een heel lokaal perspectief. Dat soort perspectiefverschuivingen vind ik heel fascinerend.’

Als kunstenaar is hij op zoek naar vormen van verstilling en vertraging. ‘Je wilt mensen eventjes uit de “kloktijd” halen. Dat gebeurt ook in de theaterzaal: je sluit de buitenwereld helemaal af en creëert iets compleet nieuws. Als je de misère en en het leed dat de mensen door deze crisis meemaken buiten beschouwing laat, zou je alle restrictieve maatregelen, zoals het houden van anderhalve meter afstand, ook als een enorme theatrale geste kunnen zien. Alle mensen zijn uit hun normale levens, uit de sleur, gehaald.’ Die gedwongen verstilling was voor veel mensen ook heel onaangenaam, volgens Bellinkx. ‘Veel mensen vielen in een soort zwart gat, omdat ze er niet in begeleid werden. Volgens mij is dat wat je als kunstenaar kan doen: mensen bij de hand nemen in het zwarte gat, en zo nieuwe perspectieven op de wereld om hen heen blootleggen.’


Johannes Bellinkx’ nieuwste project Continuum is vanaf deze zomer onder meer te zien op Festival Noorderzon en Over het IJ. www.johannesbellinkx.com.