Toneel
KØT
door De Leedbewakers, Jakop Ahlbom Company, Toneelschap Beumer & Drost. Gezien: 16/8, Amsterdamse Bostheater. Te zien t/m 23/8. Inl: bostheater.nl


In een klein grenswachtershuisje, dat volledig lijkt losgezongen van de rest van de wereld, bewaken drie sullig-enthousiaste grensbewakers een verlaten slagboom, die geen mens ooit passeert. Maar de drie collega’s zitten dermate vast in hun eigen routines en protocollen – formulieren, notities, koffie, benen strekken – dat ze zich niet realiseren dat hun werk volslagen zinloos is. Want alle ambtenarij ten spijt: een grenswachter vindt per slot van rekening pas bestaansrecht als iemand de grens in kwestie wil oversteken.

Daarover gaat KØT (spreek uit als…), de eerste voorstelling van collectief De Leedbewakers (toneelspelers Maurits van den Berg, Lisa Groothof en Steyn de Leeuwe), ontwikkeld samen met Jakop Ahlbom Company en Toneelschap Beumer & Drost. Het uitgangspunt resoneert treffend met deze coronatijd: hoe vind je zingeving en bestaansrecht in een stilgevallen wereld, geïsoleerd van de ander? De drie karakters in deze voorstelling tonen de volharding van de mens om van betekenis te zijn: elk geluidje, elke mogelijke beweging, wordt tot op de bodem – en nog dieper – onderzocht. Volledig vastgelopen in een aaneenschakeling van zinloze bureaucratische handelingen en tevergeefs (veld)onderzoek, verduren ze de tijd.

Een interessante premisse, die hier helaas resulteert in een uurtje platte en voorspelbare slapstick waar werkelijk niets op het spel staat. Losse scènetjes die volstrekt geen consequenties hebben, worden in hetzelfde trage tempo aan elkaar geregen. De enige daadwerkelijke dreiging daarbij, was gisteren de aanzwellende wind en de toenemende kans op regen in het openluchttheater in het Amsterdamse Bos.

Veel meer dan de poëtische, beeldende theatertaal van eindregisseur Jakop Ahlbom, bestaat deze voorstelling uit het kaliber slapstick waarbij de een de ander per ongeluk op het gezicht slaat. En dat vervolgens nog een paar keer. Die fysieke slapstick beheersen de drie spelers op zich prima: met hun uitvergrote spel, waarbij ze volop oogcontact maken met de toeschouwers voordat ze zich voor de zoveelste keer ter aarde storten, weten ze de aandacht van het publiek vast te houden.

Maar het feit dat er over de gehele linie genomen, geen spannende opbouw is aangebracht, die dynamiek aanbrengt, meerdere lagen van de personages blootlegt, de thematiek op uiteenlopende manieren aanvliegt of zo nu en dan tegen de oeverloze pretentieloosheid in kleurt, draait deze voorstelling genadeloos de nek om.