„Theater is voor mij de kunst van het samen creëren,” zei Milo Rau, artistiek leider en regisseur van het Vlaamse NTGent, donderdagmiddag tijdens de Staat van het Theater, de traditionele opening van het Nederlands Theater Festival in Amsterdam. „Ik werd theatermaker omdat ik alleen begrijp wie ik ben door de spiegel van een gedeelde ervaring.” Maar precies die gezamenlijkheid, die gedeelde ervaring, kwam het afgelopen theaterjaar door de coronacrisis behoorlijk onder druk te staan.

Het Nederlands Theater Festival vroeg de Zwitserse Rau om het festival te openen met de Staat van het Theater. Rau vroeg op zijn beurt zes medemakers om op het podium een antwoord op een ogenschijnlijk simpele vraag te formuleren: „Why theatre?” Zo opende het festival niet zoals gebruikelijk met één, maar met zes staten van het theater.

Theatermakers Ernestine Comvalius, Edit Kaldor, Gable Roelofsen, Lara Staal, Lester Arias en Jan Joris Lamers hielden in een ‘uitverkochte’ Rabozaal in de Amsterdamse schouwburg (125 van de 550 stoelen mochten worden gevuld), zes korte toespraken. Gezamenlijk brachten ze zo een veelzijdige, maar vurige staalkaart van de hot topics van de huidige theatersector. Terugkerend element was daarin de roep om meer inclusiviteit: er is behoefte aan andere narratieven en meer ruimte voor niet-westerse perspectieven.

lees het volledige verslag op nrc.nl