Jaarlijks vraagt vakblad Theatermaker door middel van onderstaande critici-enquête de beroepskijkers terug te blikken op het afgelopen theaterseizoen. Hieronder mijn bevindingen; de gezamenlijke antwoorden van alle critici worden gepubliceerd in het Theaterjaarboek 2019-2020.

Top drie meest indrukwekkende theaterervaringen van vóór de coronacrisis:
1: De voorstelling Weg met Eddy Bellegueule van Eline Arbo bij Toneelschuur Producties. Door de ijzersterke bewerking, stijlvaste regie en de volle overgave van de vier spelers ontstond er een veelzeggende, meerduidige en overrompelende theaterervaring.
2: Het sublieme samenspel van Hans Croiset en René van ‘t Hof in Eindspel bij Theater Rotterdam. Croiset en Van ’t Hof vonden met contrasterend spel toch een ontroerende symbiose. Op grote afstand en toch dicht bij elkaar, zoals dat soms gaat samen.
3: De interactie tussen toneelspeler Mohammed Azaay en de drie muzikanten van het Amsterdams Andalusisch Orkest in Jihad van liefde, waarbij de muzikanten het personage zowel ontsnapping boden, als dat ze hem onverwacht confronteerden met zijn haast ondraaglijke realiteit.

Top 3 meest indrukwekkende theaterervaringen tijdens de coronacrisis:
1: Met Het Nationale Theater Speelt Altijd toonde HNT vrijwel meteen na de corona-uitbraak een aanstekelijke, eigenzinnige makersdrift. Vertrekkend vanuit wat er wél kan en met een grote liefde voor de (fysieke) ontmoeting tussen theatermaker en publiek, krijgen de acteurs in prettig sobere ensceneringen de kans om te floreren.
2: Tijdens het George en Eran Zomerfestival in DeLaMar vond er door de diverse programmering een mooie kruisbestuiving plaats tussen nieuw publiek en de reguliere DeLaMar-bezoeker. Een goede, hopelijk duurzame stap in de diversifiëring van zowel publiek als programmering in het theater.
3: Het Peepshow Palace van De Brakke Grond en De Warme Winkel bood niet alleen een slimme, coronabestendige theatersetting, maar verdient vooral lof voor de fijne programmering (mede opgetogen door BOG), waarin oud en nieuw werk van vooral jonge makers alsnog een kans kreeg om publiek te vinden.

Meest veelbelovende nieuwkomer:
Nina de la Parra toonde zich in haar solodebuut Gods wegen een meedogenloze, bikkelharde en kwetsbare podiumartiest.

Ergerlijkste theaterervaring:
Het vermoeiende gesteggel en geschuif met geld bij de BIS en de fondsen, en de reparaties die dan weer (moeten) worden opgetuigd om een aantal zaaglijninstellingen alsnog te redden, die ondertussen (weer) maanden in spanning zitten.

Meest verheugende nieuwe ontwikkeling:
De oprichting van Platform Aanvang! dat zich onvermoeid, open en in gezamenlijkheid – dus met mensen op het podium, achter de schermen en in de zalen – actief bemoeit met de (toekomstige) inrichting van het bestel.


Lees hier mijn bevindingen van voorgaande jaren.