Theater aan het Vrijthof in Maastricht gaat vanavond niet open. Als gevolg van de verscherpte coronamaatregelen is de voorstelling Wie heeft mijn vader vermoord van Internationaal Theater Amsterdam vanavond geannuleerd. Dat betekent dat ook theatertechnicus Eric Meij vanavond thuisblijft.

Eric Meij werkt al sinds 1997 bij het Maastrichtse theater, als technicus met een specialisatie in geluid. Hij is daarnaast onder meer de vaste geluidstechnicus van Rob de Nijs. Vandaag zou hij in touw zijn geweest met de monoloog van Hans Kesting, die om acht uur ’s avonds zou beginnen. Zijn werkdag begint dan al om iets voor één uur ’s middags.

Meij heeft een vast rondje waar hij de dag mee begint: hij zet het rolluik open zodat de vrachtwagen van het gezelschap kan aandokken, doet het werklicht in de theaterzaal aan en controleert of er koffie is in de artiestenfoyer. ‘Zodat die mannen die met de vrachtwagen helemaal uit Amsterdam komen meteen een bakkie kunnen pakken.’

Ruim twee weken daarvoor heeft het gezelschap een technische lijst naar het theater gestuurd, waarop precies staat wat er qua techniek nodig is om de voorstelling te kunnen spelen. ‘Als er een balletvloer nodig is, wordt die de avond van tevoren al klaargelegd, zodat we die ’s middags meteen kunnen gaan plakken.’ Vanuit het theater zijn er meestal drie technici aanwezig: voor geluid, licht en de trekkenwand.

Rond één uur arriveert de vrachtwagen van de bespelers. De technici van het theater en die van het gezelschap kennen elkaar meestal wel, dus ze beginnen met een praatje en een kop koffie. Dan splitsen ze op. Een aantal gaat de vrachtwagen uitruimen, en de rest begint met de afstopping, de doeken die de wanden van de theaterzaal aan het zicht van het publiek onttrekken. Het gezelschap heeft een ‘trekkenlijstje’ opgesteld, waarop staat welke decorstukken, verlichting, pootjes en friezen in welke trek komen te hangen.

Ondertussen zijn alle materialen uit de vrachtwagen in de theaterzaal gezet en gaan de technici samen het ‘decortje in elkaar tikken’ en het licht inhangen in de zaalbrug, de portaalbrug en de manteaus aan de linker- en rechterkant van het toneel. ‘Een deel van de lampen komt van ons en een deel komt met het gezelschap mee. Als het decor staat en alle verlichting met goede filtertjes zo’n beetje op zijn plek hangt, gaat het werklicht uit en gaan we lampjes stellen.’

Inmiddels is het ongeveer kwart over vier. Meij gaat met de geluidstechnicus van het gezelschap het geluid instellen, ondertussen worden de lichtstanden gecontroleerd en waar nodig gecorrigeerd. ‘Dan werken we wat dingetjes af rondom de vloer: we leggen wat matjes neer, zorgen dat er een kaptafeltje op het zijtoneel staat met een lampje en een spiegeltje, en zetten eventueel een stoel neer voor als acteurs achter de coulissen moeten wachten op hun cue om op te komen.’ Je maakt op zo’n werkdag vrijwel niets mee van het weer buiten. ‘Als we dan tussendoor even een sigaretje gaan roken, voel je je echt als een mol die voor het eerst boven de grond komt.’

Als alles goed gaat zijn ze rond vijf uur klaar, wordt er een hapje gegeten en ‘gaan de voetjes even omhoog’. Rond zeven uur, een uur voor aanvang, treffen de technici elkaar weer in het theater. ‘We doen even een rondje om te checken of alles werkt en iedereen tevreden is, halen nog een dweiltje over de toneelvloer en dan gaan om kwart voor acht de zaaldeuren open en komt het publiek binnen.’

Om acht uur krijgen ze vanuit de foyer te horen dat iedereen binnen is en begint de voorstelling. Het verschilt per voorstelling of hij zelf achter de knoppen zit of meehelpt met de changementen. ‘Na afloop wachten we tot iedereen de zaal verlaten heeft. Dan gaat de afstopping het dak in, zodat we fatsoenlijk werklicht hebben en doen we eigenlijk alles weer vice versa: matjes opruimen, tape van de kabels, decor afbreken en terug in de wagen, lichten in het dak. Ten slotte kijken we weer of er voor de volgende dag een balletvloer nodig is.’

Als ongeveer anderhalf uur na afloop al het werk klaar is – ‘er moet eigenlijk niets meer zichtbaar zijn van de voorstelling van die avond’ – doen ze nog een drankje in de lege foyer en dan gaan ze naar huis. ‘We zijn de eerste die aankomen en de laatste die vertrekken. Tegen de technici van het gezelschap zeggen we: tot over zes maanden.’

Als theatertechnicus doe je eigenlijk aan topsport, zegt Meij. ‘Je moet er veel voor aan de kant zetten. Je sociale leven is minimaal, je bent vaak ’s avonds en in het weekend aan het werk. Maar als je er eenmaal mee besmet raakt, wil je er niet meer mee stoppen.’

Theater aan het Vrijthof heeft in ieder geval tot 12 november alle activiteiten geannuleerd. Meijs werkdag ziet er nu dag volstrekt anders uit. ‘We zijn nu veel onderhoud aan het doen. We hebben een lijst waar we wel een maandje mee vooruit komen. Dus nu werken we zoals elke normale burger: van negen tot vijf en in het weekend vrij.’ Vrolijk: ‘En ik kan je zeggen, dat is uitermate saai!’

Lees hier de andere verhalen van medewerkers van gesloten theaters