Nu de verscherpte coronamaatregelen nog maar ruimte bieden aan maximaal dertig toeschouwers per voorstelling, kiezen sommige theaters ervoor om tijdelijk hun deuren te sluiten. Andere schouwburgen kijken of er voor dertig man alsnog gespeeld kan worden. Wat kost dat eigenlijk, de deuren opengooien? En welke kosten spaar je uit door dat niet te doen? Theaterkrant.nl belde met het Zaantheater en DE KOM en maakt, in grote lijnen, de balans op.

Het Zaantheater bekijkt per voorstelling of het haalbaar is om open te gaan. DE KOM in Nieuwegein is een van de theaters die besloten heeft voorlopig alle voorstellingen te annuleren. Maar dat is niet zozeer uit financiële overwegingen, benadrukt Michelle de Lau, controller bij DE KOM, meteen. Daar lopen veel vaste lasten gewoon door, temeer omdat het gebouw behalve als theater ook wordt gebruikt als cursuscentrum en veel verhuuractiviteiten heeft die nu nog doorlopen. Ook Jolanda Vogelaar, boekhouder bij het Zaantheater, vertelt dat een grote reeks aan kosten gewoon doorloopt, open of dicht.

Op personeelskosten bijvoorbeeld, bespaart het theater als het niet opengaat nauwelijks, omdat de meeste medewerkers in vaste dienst zijn en dus alsnog doorbetaald worden. Vogelaar: ‘Dat geldt voor het management, boekhouding, publiciteitsmedewerkers, de hele technische ploeg. Onze kassa is ook gewoon open, in plaats van met de kaartverkoop van de avond zelf zijn ze daar nu vooral bezig met het omboeken van tickets, het omzetten naar vouchers of het terugbetalen van gasten.’

De enige personeelsgroep waar volgens beide instellingen wel significant op bespaard kan worden is de horeca – die nu vanwege de maatregelen verplicht gesloten is en sowieso met dertig toeschouwers niet rendabel is. Al staat daar natuurlijk ook een (lichtere) omzetdaling tegenover. De Lau: ‘Dat zijn bij ons vooral studenten die op freelancebasis werken.’ Bij het Zaantheater zijn de koks en supervisors in vaste dienst, maar de mensen achter de counters hebben een oproepcontract.

Ook wordt er bij het staken of het sterk terugbrengen van de theateractiviteiten flink bespaard op de kosten aan het (externe) schoonmaakbedrijf, zegt Vogelaar. ‘Normaal gesproken werden elke dag en soms zelfs nog vaker, de zalen helemaal schoongemaakt.’

Dan zijn er nog de kosten om het gebouw überhaupt te openen: verwarming- en elektriciteitskosten. ‘Op voorstellingen zelf zet je natuurlijk veel licht, dus dat scheelt enigszins’, zegt Vogelaar. Maar toch zijn dit niet heel grote posten om op te besparen, volgens beiden. Zeker niet als je af en toe toch een voorstelling of andere activiteiten in je gebouw hebt. Vogelaar: ‘Dan is het duurder om het gebouw helemaal af te laten koelen en opnieuw te verwarmen, dan om de reguliere cyclus door te laten draaien.’

Veel vaste kosten, natuurlijk ook de huur van het gebouw, lopen dus gewoon door, ook als de deuren gesloten blijven. Vogelaar: ‘Je hoeft misschien je vleugel wat minder vaak te laten stemmen.’

En dan zijn er nog de bedragen die de theaters aan hun bespelers betalen, al stellen die nu weinig voor. In oktober bracht de zogenoemde werkgroep Scholten, bestaande uit vertegenwoordigers van de VSCD, VVTP, VVP en NAPK, advies uit over betaling bij de 1,5 meter beperking. Toen gold nog niet de zogenoemde dertigpersonenregel, maar veel theaters baseren zich er nog steeds op.

Volgens dat advies betalen theaters hun bespelers sowieso een vooraf vastgesteld ‘garantiebedrag’. Om dat te bepalen, vermenigvuldig je de helft van het aantal verkoopbare/beschikbare stoelen met de ticketprijs, vertelt De Lau. Ter illustratie: met de ontheffing begin oktober had DE KOM een capaciteit van 180 stoelen in de grote zaal. Dan kom je uit op een garantiebedrag van achttienhonderd euro: 90 x 20 euro. Met de huidige capaciteit en dezelfde kaartprijs is dat bedrag nog 300 euro.

Als het minimum van vijftig procent zaalbezetting is behaald (wat sinds twee weken neerkomt op vijftien verkochte tickets), spelen veel gezelschappen op partagebasis. 20 procent van de recette of kaartopbrengst gaat naar het theater en 80 procent naar de bespeler. Alleen als er dus nu minder dan 15 mensen komen opdagen, ‘kost’ de bespeler het theater meer dan de opbrengst van de kaartverkoop. Anders moet het theater alleen een groot deel van de kaartopbrengst afstaan.

De nu verminderde kaartinkomsten zijn nog enigszins op te vangen door een voorstelling vaker op één dag te laten spelen, of door bijvoorbeeld de ticketprijs te verhogen, zoals onder meer De Kleine Komedie in Amsterdam heeft gedaan. Vogelaar: ‘Dat is bij het Zaantheater niet aan de orde, we proberen zo toegankelijk mogelijk te blijven.’

De reden om nu alsnog dicht te gaan is dus niet vanuit financiële overwegingen, vertelt De Lau. Met aanvankelijk geprogrammeerde artiesten worden afspraken gemaakt. ‘We proberen zo veel mogelijk alle voorstellingen te verplaatsen. Vanuit de VSCD is afgesproken dat artiesten die in het voorjaar gepland stonden en niet meer verplaatst konden worden, alsnog een bedrag kregen uitgekeerd.’

Ook voor het Zaantheater geldt dat als een voorstelling definitief geannuleerd is, de (niet-gesubsidieerde) bespeler recht heeft op een schadevergoeding. Vogelaar: ‘Daarnaast hebben we de gasten opgeroepen hun tickets te doneren. Als ze dat gedaan hebben, krijgt de bespeler daarvan ook het overgrote deel.’

Sluiten was zeker geen gemakkelijke beslissing, benadrukt De Lau. ‘Het is om mobiliteit te beperken en om duidelijkheid naar ons publiek te scheppen. Maar zodra er weer meer kan, gaan we zeker meteen weer programmeren.’

Lees meer over de coronamaatregelen van het Zaantheater en DE KOM