Als gevolg van de coronamaatregelen gaat de Stadsschouwburg Groningen vandaag niet open. Dat betekent dat ook toneelmeester Wibren Rietveld vanavond thuisblijft.

In Drie kluiten op een hondje (IT&FB, 2015), het ‘klein lexicon van het theater’ van Rob Klinkenberg, staat bij toneelmeester: ‘Chef van de schouwburgtechnici, degene die vanuit het ontvangende theater verantwoordelijk is voor een ordentelijke gang van zaken tijdens de bouw en het draaien van de voorstelling. Meestal zijn toneelmeesters oude rotten in het vak. Tot voor kort droegen zij de traditionele stofjas.’

Over stofjassen hebben we het niet gehad, maar oude rot klopt redelijk in het geval van toneelmeester Wibren Rietveld: hij is al zestien jaar aan de Stadsschouwburg Groningen verbonden. ‘In eerste instantie voor het bouwen en breken, vervolgens heb ik me gespecialiseerd in geluid en trekkenwand, toen doorgerold naar toneelmeesterschap.’

Als toneelmeester is hij coördinator en aanspreekpunt voor de andere technici – zowel van eigen huis als het gastgezelschap – en verbindende factor tussen alle andere afdelingen van de schouwburg. Hij begint zijn werkdag normaliter een half uur voordat de vrachtwagen van de bespelers verwacht wordt.

De vrachtwagen gaat dan in zijn geheel in een lift, want het toneel van de Groningse schouwburg zit op de eerste verdieping. Dan volgt de gebruikelijke routine: samen met de technici van het gezelschap en de ploeg van het theater zelf, wordt het decor uitgeladen, de afstopping gemaakt, lampen in de kap gehangen, de vloer gebouwd.

Als rond een uur of vier de rest van de ploeg druk in de weer met de belichting gaat, duikt Rietveld achter de computer voor voorbereidende zaken voor andere voorstellingen. ‘Dan volgt meer de administratieve kant van de functie: zorgen dat er genoeg personeel op de goede momenten staat gepland, dat de juiste apparatuur is ingehuurd, dat soort dingen.’ Tijdens de voorstelling gaat hij daar meestal mee door: ‘Er staat een computer op het toneel in de coulissen.’ Uitkijkend op grootse en meeslepende drama’s of verstild geënsceneerde zieleroerselen een paar meter verderop, werkt Rietveld dan rustig nog even zijn administratie bij. ‘Behalve als het voor de voorstelling echt heel donker moet zijn, dan geeft zo’n scherm te veel licht.’

Meestal loopt zo’n dag op rolletjes, al is er ook weleens een kleine, of minder kleine, kink in de kabel. ‘Het meest extreme voorbeeld: wij stonden netjes om tien uur uur ’s ochtends te wachten bij de lift, maar geen vrachtwagen te bekennen. Dus dan ga je om kwart over tien die chauffeur maar eens bellen waar hij uithangt. Bleek die chauffeur zich te hebben vergist: hij bleek niet in Groningen te staan, maar in Gent. En dat is toch al gauw een uurtje of zes rijden hiernaartoe, dus het decor was er pas rond vier uur ’s middags in plaats van tien uur ’s ochtends.’

Dus heeft Rietveld met zijn technici het decor op het toneel uitgetekend, ‘heel provisorisch voorbelicht’ en zijn ze al vroeg in de middag gaan eten. ‘Toen de vrachtwagen eind van de middag eindelijk kwam, zijn we als een gek gaan bouwen. Om acht uur stond alles op de vloer en om kwart over acht begon de voorstelling, keurig op tijd.’

De voorstellingen in de schouwburg zijn voorlopig geannuleerd in verband met de coronamaatregelen, dus Rietveld en zijn team van technici zijn vooral bezig met onderhoud. Daar kunnen ze rustig vijf werkdagen per week mee vullen. ‘De afgelopen tien jaar is de schouwburg steeds maximaal zes weken per jaar dicht geweest, dus je kan je voorstellen dat er wel wat onderhoudswerkzaamheden zijn opgestapeld. We hoeven ons gelukkig niet te vervelen.’

Enthousiast: ‘En net kregen we te horen dat we de 27e weer een voorstelling hebben. Twee verschillende voorstellingen op één dag zelfs: de Theatertroep speelt om vijf uur de eerste en om kwart over acht de tweede.’ Hij kijkt ernaar uit. ‘Kunnen we eindelijk weer doen waar we voor bedoeld zijn.’

Lees hier de andere verhalen van medewerkers van gesloten theaters