Afzwaaiend directeur Ernestine Comvalius maakte van het Amsterdamse Bijlmer Parktheater in elf jaar een theater voor iedereen. „Mensen komen hier overdag soms even een krantje lezen”.

Het is stil in het Bijlmer Parktheater. Ja, in de studio’s wordt overdag weer door lokale verenigingen gerepeteerd en de theaterprogrammering is, met alle coronamaatregelen in acht genomen, ook weer mondjesmaat opgestart, maar de kenmerkende levendigheid in de foyer blijft voorlopig uit: de tafels en stoelen zijn weggehaald, de bar is gesloten.

Daarmee staat een wezenlijk deel van het Bijlmer Parktheater in Amsterdam Zuidoost op de pauzestand, vertelt Ernestine Comvalius (1954), die na elf jaar als directeur bij het theater te hebben gewerkt, dinsdag met pensioen is gegaan. „We zijn wat dat betreft anders dan gewone theaters. Mensen komen hier overdag soms gewoon even studeren of om een krantje te lezen.”

Het Bijlmer Parktheater werd in oktober 2009 geopend en moest uitdrukkelijk géén buurtcentrum worden, maar een professioneel theater met een buurtkarakter. Comvalius: „Ik vond dat we voor die complexiteit moesten kiezen. Je moet nooit vergeten met wie en waarvoor je bent begonnen.” In haar geval was dat Krater Theater, waar ze sinds 1998 tot aan de oprichting van het Bijlmer Parktheater – waar Krater in op ging – leiding aan gaf.

Met Krater organiseerde ze theateractiviteiten op verschillende locaties in Amsterdam Zuidoost. De wens voor een eigen theater kwam destijds voort uit de behoefte om te professionaliseren, vertelt Comvalius. „We zwierven rond tussen zes buurtcentra en die zalen deden meestal geen recht aan de producties die we binnenhaalden.” Er was vaak geen ruimte voor decors, er waren geen kleedkamers. „Als buitenstaander is theater in zo’n buurtcentrum heel charmant, maar als je geen keuze hebt raak je gefrustreerd.”

Het Bijlmer Parktheater werd na de opening niet direct door iedereen omarmd. „Er waren aanvankelijk buurtbewoners die met een grote boog om ons gebouw liepen omdat ze dachten: zo’n mooi gebouw kán niet voor ons bedoeld zijn.”

lees verder op nrc.nl