De afgelopen tweeënhalve maand tekende Theaterkrant.nl in deze rubriek de verhalen op van verschillende theatermedewerkers die vanwege de coronamaatregelen noodgedwongen thuiszitten: van theatertechnici tot volgspotters, schoonmakers en boventitelaars. In de twintigste en laatste aflevering eindigen we, zoals het een goed theaterbezoek betaamt, in de kroeg. Want ook theatercafé De Smoeshaan in Amsterdam, gaat vanavond niet open, vertelt bedrijfsleider Joost Kappers.

Joost Kappers begon tweeënhalf jaar geleden achter de bar bij De Smoeshaan, het inpandige café en restaurant van Theater Bellevue in Amsterdam. Inmiddels werkt hij er als bedrijfsleider.

De Smoeshaan beweegt qua drukte mee met de programmering van Bellevue, dat doorgaans zowel in de vroege middag als ’s avonds voorstellingen programmeert. Bovendien profiteert het café mee van de nabijgelegen theaters en podia, zoals DeLaMar, ITA en Paradiso.

De dag wordt om zes uur ’s ochtends afgetrapt door de schoonmakers. Die zijn om negen uur klaar, een uur voordat de eerste barmedewerker begint met openen. Vlak voor de dagelijkse lunchvoorstelling om half één ’s middags neemt de drukte toe: dan serveert De Smoeshaan vooral koffie, thee en een aantal vroege lunches.

Na afloop van de lunchvoorstelling, meestal rond half twee, is er een piek qua drukte van publiek dat na de voorstelling blijft plakken. ‘De lunchdames, noemen wij die onderling’, vertelt Kappers. ‘Al zitten er natuurlijk ook heren bij.’

Dat publiek bestelt vaak een lekker wijntje bij de lunch en blijft vaak gezellig hangen. Ook waaien er dan regelmatig mensen uit het veld aan voor een werkafspraak. Tot een uur of drie is het doorgaans ‘lekker druk’. Tussen half vier en vijf ‘sukkelt het dan meestal een beetje’. Dan kan het personeel zich opmaken voor de grote drukte: want voorafgaand aan de avondvoorstellingen zitten café en restaurant meestal helemaal vol. ‘Soms zitten daar ook de mensen van het theatergezelschap van die avond bij, al vinden die het vaak ook fijn om even in alle rust in de artiestenfoyer te eten.’

Het type bestellingen in De Smoeshaan hangt sterk samen met het type voorstellingen in Bellevue, vertelt Kappers. ‘Bij Boys won’t be boys van Rikkert van Huisstede gingen er bijvoorbeeld echt flink wat drankjes doorheen, ook vóór de voorstelling al. En op dinsdag hebben we altijd Dans op Dinsdag: dan snijden vooraf extra plakjes gember en plukken we extra takjes munt.’ Ook merk je in de theaterprogrammering verschil in publiek dat reserveert of spontaan binnenloopt. ‘Als er cabaret staat, hebben we veel minder reserveringen, maar is het even druk: mensen komen vaker op de bonnefooi. En een groep als mugmetdegoudentand heeft dan weer echt reserveerpubliek.’

Tussen half zes en half negen is het ‘spitsuur’ in De Smoeshaan. Vanaf half acht komt daar behalve het eetpubliek ook het inlooppubliek van de voorstelling bij, die ook graag nog even een kopje koffie of een biertje willen drinken. ‘Als theatercafé moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat mensen op tijd in de zaal zitten. Vaak zijn de gasten daar zelf een beetje zenuwachtig over. Veel gasten zeggen dan om acht uur al: “Wij moeten wel om half negen naar de voorstelling.” En dan denken wij stiekem: ja, dat weten we, dat moet iedereen.’

Een paar minuten voor half negen is iedereen richting zaal en is de hectiek in één klap helemaal over. ‘Dan gaan we puinruimen: tweehonderd koffiekopjes opruimen, tafels schoonmaken, de hele tent weer strak zetten. En dan eten we met het personeel gezamenlijk in het café.’

Tussen half tien en tien uur zijn de voorstellingen doorgaans afgelopen en begint het hele circus weer opnieuw. ‘Iedereen rent naar de bar en wil zo snel mogelijk wat te drinken.’ Dan blijft het nog lang druk in De Smoeshaan. Over het algemeen komen de spelers van de voorstelling na afloop ook naar het café. Tussen half elf en elf komen dan vaak ook nog wat bezoekers én de bespelers van het DeLaMar Theater binnenvallen. ‘Ook komt vrijwel het volledige horeca- en publieksmedewerkersteam van DeLaMar altijd na hun werk bij ons naborrelen.’

Om drie uur ’s nachts moet de tent leeg zijn en wordt er schoongemaakt en opgeruimd. ‘Als het meezit ben je iets voor vier uur helemaal klaar. Dan doen we nog een drankje met elkaar. En soms wat meer, dan komt het weleens voor dat het zes uur wordt en de schoonmakers alweer binnenkomen.’

Er zijn drie drankjes bij uitstek populair onder de theater(café)bezoeker, vertelt Kappers. De Grüner Veltliner, de Rioja (vaak verkeerd uitgesproken, running gag onder het personeel: ‘even een rie-jo-jaa drinken in de foojer’) en de Ur-HOP IPA van de tap. ‘Onder intimi noemen we die ook wel de Floefloe.’

Pardon? ‘Floefloe. Nee, geen idee hoe je het schrijft. Doe maar met een “oe”. Onze programmeur Frank Noorland is het op een gegeven moment zo gaan noemen. Die zegt altijd: “Doe mij nog maar zo’n Floefloe.”’

Kortom, goed voornemen voor 2021: na afloop van een voorstelling naborrelen bij De Smoes, bij voorkeur in een tjokvol café omringd door Bellevue-publiek, DeLaMar-personeel, vaste gasten, spontane aanloop, willekeurige theatermakers, Joost Kappers en een verdwaalde journalist. En dan allemaal aan de Floefloe.

De Smoeshaan en Theater Bellevue zijn, net als alle theaters en horecagelegenheden, ten minste tot en met 19 januari gesloten in verband met de maatregelen omtrent het coronavirus.

Lees hier de andere verhalen van medewerkers van gesloten theaters