Gijs Scholten van Aschat bewerkte Jeroen Brouwers’ roman ‘Cliënt E. Busken’ tot een toneelmonoloog die hij vanaf april zelf gaat spelen. „Ik hou enorm van Brouwers’ gebeeldhouwde, niet-realistische taal.”

‘Een geestesaristocraat, een geletterde met een welhaast religieus taalbesef en een woordenvariëteit als een bloementuin, waarmee ik mijn gedachten helder en adequaat en tevens elegant kan formuleren.” Acteur Gijs Scholten van Aschat kijkt op van zijn tekstboekje. „Nee, het is niet bepaald een kitchen sink-drama.”

Hij doelt op Jeroen Brouwers’ meest recente roman Cliënt E. Busken (2020): een briesende monologue intérieur van een bejaarde man in rustoord Madeleine, die doofstomheid fingeert en ondertussen in gedachten hevig tekeergaat tegen zijn omgeving. In barokke taal verafschuwt Busken het betuttelende personeel en zijn op aandacht beluste medebewoners, die categorisch weigeren in hem het veelzijdige genie te zien dat hij eigenlijk is.

Of althans, suggereert te zijn. Want ondanks alle literaire volzinnen en geestelijke eruditie, rijst gaandeweg de vraag wat er eigenlijk klopt van het leven en de reputatie waar het personage in gedachten op boogt.

Gijs Scholten van Aschat (1959) heeft de roman van de 80-jarige Jeroen Brouwers bewerkt tot een theatermonoloog die hij vanaf april zelf gaat spelen bij Internationaal Theater Amsterdam, in regie van Maria Kraakman, die hiermee debuteert als regisseur. In februari beginnen de repetities.

Hij is in zijn bewerking dichtbij het bronmateriaal van Brouwers gebleven. „Ik heb geen zin veranderd. Dat was vanaf het begin een belangrijk uitgangspunt. Ik heb er natuurlijk wel wat dingen uitgehaald, maar de taal is 100 procent Brouwers. Ik hou enorm van die gebeeldhouwde, niet-realistische zinnen. Het zijn een soort vuistslagen van taal die Brouwers uitdeelt. Tijdens het lezen moest ik het daarom af en toe ook echt even wegleggen.”

lees verder op nrc.nl