Sinds 15 december zijn alle theaters in verband met de coronamaatregelen gesloten. Repeteren mag nog wel, maar in plaats van te gaan try-outen en in première te gaan, gaat een voorstelling nu vanuit de repetitieruimte rechtstreeks ‘de ijskast’ in. Regisseur Daphne de Bruin: ‘Het opnemen van de registratie voelde een beetje als onze première.’

Corona heeft behoorlijke impact gehad op het repetitieproces van de voorstelling Don’t f*ck with Artemis en de remake van De wraak van Ifigeneia (2010) van de Utrechtse theatergroep Aluin, die samen Het Terug uit Troje Tweeluik vormen. Verschillende medewerkers, waaronder regisseur Daphne de Bruin zelf, kregen corona, waardoor de repetities regelmatig stilgelegd moesten worden. Uiteindelijk werd de première eind december vanwege de theatersluiting verschoven naar januari. En ook die is inmiddels tot eind volgend jaar uitgesteld.

Jullie hadden meerdere coronagevallen tijdens het repetitieproces. Hoe was dat?
‘Dat was ingewikkeld: we moesten voortdurend testen, wachten op testuitslagen, in quarantaine. Gelukkig hadden we een heel voortvarende start van het proces, dus we waren al vrij snel heel ver gekomen. Dus als we dan weer een week stillagen of een speler er in quarantaine moest, dacht ik steeds: dit kunnen wel nog wel aan.’

Dat lijkt me niet makkelijk.
‘Je wordt er vanzelf flexibel van. Je leert toch je weg te vinden tussen alle corona-obstakels door. In de laatste repetitieweek zat Dennis [Coenen, een van de spelers, red.] in een hotel omdat zijn dochter thuis zat met corona, en hij zo dus geen besmettingsgevaar liep, en toen dachten we: nu kunnen we eindelijk gaan monteren. Maar toen kwam het nieuws dat de theaters dicht moesten.’

Jullie zijn toch door blijven werken.
‘Toen bleek dat we nog wel mochten repeteren hebben we de voorstellingen toch nog afgemonteerd in Theater Kikker – en nog twee keer helemaal kunnen spelen, inclusief decor en licht. Een soort generale en try-out, zonder publiek, met alleen wat mensen van de crew. Het feit dat we nog een volledige registratie hebben kunnen maken, voelt toch een beetje alsof we in première zijn gegaan.’

Hoe was die laatste doorloop?
‘Dat was heel belangrijk voor ons, omdat je toch het repetitieproces hebt kunnen afronden, en we het gevoel hebben dat we de voorstelling af hebben kunnen maken. Ik denk dat het heel anders is als je midden in het repetitieproces moet stoppen. En hij is goed opgenomen, met drie camera’s, dus dan weet je ook dat we, zodra we weer mogen spelen, een goede registratie hebben en alle details weer kunnen terughalen.

‘Het is wel raar om een dag voor de première te stoppen. Maar voor de acteurs is dat nog veel erger. Als regisseur zit tegen die tijd toch het grootste gedeelte van het werk erop. Ik had de voorstelling anders op dat moment óók aan ze moeten overdragen.’

Hoe hou je tijdens zo’n repetitieproces de moraal enigszins op peil?
‘Ik ben van mezelf behoorlijk optimistisch. Dat gaat ongeveer zo: “Oké, kut, maar hoe gaan we het nu dan doen?” Het motiveert me juist wel. Als je voortdurend teleurstellingen en tegenslagen krijgt, maakt dat ook iets in je los. Alles wat dan wél lukt, voelt als winst.’

Dus je hebt nooit overwogen om het op te geven?
‘Nee. Ik weet niet wat dat is. En een maakproces is altijd verbonden met de wereld om je heen, je bent constant bezig je te verhouden tot wat er om je heen gebeurt. Dat is wat dat betreft nu niet anders: de actualiteit incorporeert in je proces, en dan ben je helemaal niet bezig met of je gaat stoppen.

‘En zeker in een periode waarin heel veel niet kan, is het belangrijk om samen te werken, om niet alleen maar binnen te hoeven zitten. Als er van buitenaf heel veel voor je bepaald wordt, krijg ik zelf erg de behoefte om te kijken waar ik wél controle op kan uitoefenen. Ik vind het heel leuk om te zien welke nieuwe vormen er ontstaan, hoe er toch vorm wordt gegeven aan dans, theater, binding met je publiek.’

Waarover maak je je zorgen?
‘Dat opschuiven van al die voorstellingen en die stilstand van nu, gaan consequenties krijgen die nog veel langer door zullen klinken. Het houdt niet op als de lockdown over is en de theaters weer open mogen, daar gaan we jarenlang last van hebben. Ik zie momenteel veel freelancers uit de cultuursector om mij heen die in de problemen raken, die afhankelijk zijn van losse klussen.’

Is dat doorschuiven van voorstellingen naar volgend jaar dan wel een oplossing? Veel freelancers hebben daar straks niets aan.
‘Ja, dat is een lastige kwestie. Neem Don’t f*ck with Artemis, die is nog helemaal niet gespeeld, dat is ook weer zonde om niet te laten zien. En daarmee geef je een acteur natuurlijk ook weer werk.’

Hoe pakken jullie voorstelling straks weer op?
‘De acteurs moeten weer even in de tekst komen, dus we gaan wat doorloopjes vooraf doen en dan pakken we één dag voor Don’t f*ck with Artemis, één dag voor De wraak van Ifigeneia en één dag om ze achter elkaar te doen. Dat moet genoeg zijn.’

Wat is er nog blijven liggen?
‘De laag met het publiek erbij, die ontbreekt nog. Ik ben heel benieuwd naar die wisselwerking. Dat is de final step, maar daar hebben we de mensen in de zaal straks echt voor nodig.’

Levert zo’n verplichte pauzestand ook iets op?
‘Ik geloof dat een voorstelling er beter van kan worden. Ik zie het meer als wijn in een vat – dus een rijpingsproces – dan als een voorstelling die in de ijskast gaat.

‘Bij het hernemen van De Wraak van Ifigeneia, merkten we dat de voorstelling is ingedaald en weer andere pootjes naar de actualiteit uitslaat. Als je naar het personage Agamemnon kijkt, spelen de connotaties met Trump nu veel explicieter mee. Daardoor merk je dat theater iets levends is, dat niet alleen op de vloer bestaat, maar ook in de hoofden en associaties van de spelers en het publiek. Zo kan exact dezelfde tekst en enscenering, toch een andere voorstelling opleveren.’

Don’t f*ck with Artemis en De wraak van Ifigeneia worden gespeeld door Dennis Coenen, Klaas Postmus Ayisha Siddiqi en Victorine Plante. Klik hier voor meer informatie en (indien beschikbaar) actuele speelinformatie.