Een jaar geleden speelde Jochem Smit nog in Soldaat van Oranjede succesmusical over verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema. Inmiddels werkt hij als IC-ondersteuner in het OLVG in Amsterdam. „Mijn werk varieert nu van bloed wegbrengen naar het lab tot het aanvullen van spuitjes en het vervangen van de waszak.”

Soldaat van Oranje ligt sinds een jaar vrijwel volledig stil. In afwachting van eventuele versoepelingen van de maatregelen zat Smit afgelopen jaar voornamelijk thuis te wachten. „Ik voelde me ontzettend nutteloos. De wereld is in crisis, maar omdat ik beschikbaar moest blijven voor Soldaat van Oranje, moest ik de dagen proberen door te komen met niets.” Ergens was het dus ook een opluchting toen zijn contract per 2021 niet werd verlengd. „Eindelijk kon ik uitzoeken wat ik wél kon doen.”

Via via stuitte hij op een oproep voor een IC-ondersteuner bij het OLVG. „Dat was precies waar ik naar op zoek was: iets in de frontlinie. Al sta ik de hele dag koffie te zetten, ik wilde gewoon iets doen. Ik heb ook recht op een WW-uitkering, maar gevoelsmatig heb ik dat al bijna een heel jaar gehad.”

De stap naar de IC komt niet compleet uit het niets. Na zijn middelbare school overwoog Smit al om geneeskunde te gaan studeren. „Ik had er de juiste papieren voor, maar toen werd ik aangenomen op de theateropleiding.”

Is dit wellicht de opmaat naar een medische carrière? „Het idee om toch nog geneeskunde te gaan studeren, speelt zeker weer door mijn hoofd. Alleen denk ik niet dat dit een representatieve tijd is om die beslissing te nemen. Ik kan de afweging pas goed maken als ik weer volop kan spelen. En wie weet, misschien valt het te combineren.”

Stel: Soldaat van Oranje gaat morgen weer spelen en hij wordt gevraagd om zijn rol per direct op te pakken. „Moeilijk. Ik voel echt een morele verplichting naar de IC, zeker omdat we nu aan het begin van een mogelijke derde golf staan. Als ze me zouden vragen om in mei weer in te stappen zou ik meteen ja zeggen, maar nu weet ik het echt niet.

„Erik Hazelhoff zei: ‘In het leven van ieder mens komen ogenblikken voor waarop hij tot zichzelf zegt: „Tja, dat kan niet.” En dan doet hij iets.’ Dat principe wil ik uitdragen. Ik ben geen Erik Hazelhoff, maar ik wil later wel tegen mijn kinderen kunnen zeggen: de pleuris brak uit, maar ik heb iets gedaan.”

lees andere verhalen van (tijdelijke) kunstverlaters op nrc.nl