Sinds 15 december zijn alle theaters in verband met de coronamaatregelen opnieuw gesloten voor publiek. Repeteren mag nog wel, maar in plaats van te gaan try-outen en in première te gaan, gaat een voorstelling nu vanuit de repetitieruimte rechtstreeks ‘de ijskast’ in. Regisseur Thibaud Delpeut: ‘Corona is een kracht waartegen niet te vechten valt. Die reflex uitzetten, dat hebben we moeten leren.’

Koliek had al een lange aanloop, voordat Thibaud Delpeut en acteur Vincent van der Valk in januari begonnen aan de repetities. Eigenlijk zou de monoloog van Rainald Goetz gespeeld worden door Titus Muizelaar. Om gezondheidsredenen werd het maakproces afgelopen najaar al een paar maanden verschoven, maar begin dit jaar moest Muizelaar zijn rol definitief teruggeven.

Persoonlijk voelde het voor Delpeut – die ook artistiek directeur van Theater Utrecht is – extra belangrijk om na Thuislozen (2018) weer een nieuw project te regisseren, vertelt hij in de Snijzaal in Utrecht, waar het gezelschap gevestigd zit. ‘Ik zei tegen mezelf: ik moet dit nu doen, want anders weet ik echt niet meer waar ik mee bezig ben. Ik kwam uit een jarenlange werkpraktijk waarin ik drie tot vier voorstellingen per jaar regisseerde, en daarna heb ik een hele tijd niets geregisseerd. Ik moest weer terug op dat paard.’

Hij vroeg Vincent van der Valk de rol over te nemen. ‘In de volle wetenschap dat we iets gingen maken dat bijna honderd procent niet in première zou gaan, zijn we er in januari aan begonnen. En eigenlijk hebben we persconferentie per persconferentie naar elkaar benoemd: we weten dat het waarschijnlijk lang gaat duren voordat het gaat spelen. Maar we kicked that can down the road.’

Hoe het voelde om niet naar een première toe te werken? ‘Ik probeer in principe nooit te denken: straks komt er publiek dus het moet wel goed zijn. Maar toch had ik daar voor mezelf nog wel een verdiepingsslag in te maken. Ik heb voor het eerst gedurfd iets te maken voor the pure joy of doing that. Resultaat was een van de meest gelukzalige maakprocessen die ik tot dusver heb gehad.’

Én een voorstelling waarvan hij hoopt dat veel mensen hem gaan zien, of dat nu dit voorjaar al is of later. ‘Ik kan niet wachten, maar tegelijkertijd kan ik ook prima wachten. Ik heb van meet af aan besloten dat Koliek eerder een voorstelling is die we verspreid over tien jaar onregelmatig spelen, dan dat ik nu de behoefte voel om daarmee op tournee te gaan. Dat hoeft helemaal niet. Het scheelt natuurlijk ook dat we een eigen huis hebben.’

Ondertussen raakt de ijskast met door corona uitgestelde voorstellingen alsmaar voller. Welke consequenties heeft dat voor de theatersector in de (nabije) toekomst? ‘Dat legt vooral een druk op de programmering, die niet zomaar weg te werken valt. Ik denk dat we nog zeker twee á tweeënhalf seizoen te maken krijgen met het verwerken daarvan. De vraag is: wie betaalt de prijs? Theaters zijn uiteindelijk de zeef, die maken de keuzes. Makers staan harde klappen te wachten en programmeurs een hele moeilijke opgave.’

Daarbij komt straks het vingerwijzen naar wie er verantwoordelijk is voor de gevolgen van de coronacrisis, zegt Delpeut. ‘Ik vind het van belang dat we als Theater Utrecht goed kijken wat ons umfelt is. De sterkste partij moet zich over anderen ontfermen. We hebben allemaal een schaduw om ons heen, en binnen dat gebied opereren we zo goed mogelijk.’

Om wie maakt hij zich de grootste zorgen? ‘Een grote zorg zit ­in de afstudeerders. Afstuderen is je entree in een beroepspraktijk die nu geen entree is. Dat gaat over publiek, maar ook over een andere werkrealiteit. Die brug moeten we nu bouwen, hoe vreemd en gemankeerd die ook gaat zijn.’

Maar uiteindelijk vermoedt hij dat de grootste coronapijn bij de mid-career theatermakers komt te liggen. ‘Dat is sowieso een zwak punt in de carrièreketen in ons bestel. Mid-career betekent in wezen dat je moet laten zien dat de investering die in je gedaan is, moet gaan renderen. Dat zijn vaak ook mensen die een sociaal-maatschappelijke realiteit hebben opgebouwd waarin deze klap nu veel harder aankomt dan wanneer je nog – lullig gezegd – op je studentenkamer zit. Je loopt sowieso in die val als mid-career theatermaker: daar is nauwelijks structuur voor. Ik ben bang dat de schrijnende verhalen uit die hoek gaan komen.’

Theater Utrecht heeft zich het afgelopen jaar heel bewust relatief afzijdig gehouden van grootschalige online-initiatieven. ‘We hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in kostbare, maar goede registraties. Die hebben we beschikbaar gesteld.’ Verder zijn er podcasts gemaakt en een aantal kleinschalige online producties geproduceerd. ‘Er werd weleens gevraagd: wanneer gaan jullie eens een boek voorlezen? Nou, niet dus. En daar ben ik blij mee. Je zag de inflatie, kwaliteit ging out the window, en ik dacht: zo hebben wij nooit gewerkt. Dat gaan we nu ook niet doen.’

Hij denkt dat ze er goed aan gedaan hebben. ‘Als het water je aan de lippen staat moet je watertrappelen, maar daar word je heel kortademig van. Als je daar tussendoor opportunistisch inhoud gaat pompen om maar wat te kunnen doen, dan raak je jezelf ook nog eens een keer kwijt. Je gaat het niet goed doen, je weet niet waarom je het doet, het is window dressing en het kost extra geld. Ik zag er het nut niet van uit. Liever zag ik dat onze marketingafdeling bij andere gezelschappen ging informeren of er behoefte was aan onze inspanning om te verwijzen naar dié initiatieven.’

Streaming hoort wel degelijk tot de mogelijkheden, ‘maar onder eigen artistieke voorwaarden’, benadrukt Delpeut. ‘Dus op een ander level dan alleen met een aantal camera’s registreren. Bijvoorbeeld met interactie van de kijker, die een camerastandpunt van een bepaald personage kan kiezen.’ Een platform als NPO Cultuur zou wat hem betreft ook na corona een vaste waarde moeten blijven. ‘Dat moet structureel worden voortgezet, zolang de redactie ervan maar niet in Hilversum ligt. Het zou mooi zijn als het gedrocht dat de impliciete reisverplichting voor bis-gezelschappen is, in de toekomst kan worden omgezet in zo’n platform.’

De coronacrisis legt volgens Delpeut vooral bloot dat je je niet overal tegen kan verzetten. ‘Ik heb zoveel voorbeelden van acteurs die drie dagen voor een première gewond geraakt zijn en dan toch willen kijken hoe ze kunnen spelen. Maar corona is een kracht waartegen niet te vechten valt. Die reflex uitzetten, dat hebben we moeten leren en daar hangt iets goeds mee samen. Maar aan de andere kant vraag ik me meteen ook af: weten we straks nog hoe het was om tegen de wind in te fietsen? Kunnen we het nog? We gaan de weg niet meer op met code rood, maar vroeger vroor het ook. Zorgt die lockdown er niet ook voor dat we heel erg risico-vermijdend zijn geworden?’

Klik hier voor meer informatie en (indien beschikbaar) actuele speeldata van Koliek.