Categorie: Reportage

Festival Over het IJ – De kunst niet iets te zijn

Foto Bloos: Moon Saris

In uiteenlopende locatievoorstellingen verleiden jonge theatermakers het publiek van het Over het IJ zich te verzetten tegen heersende normen. Theatermaker Luit Bakker weet het in haar sterke performance treffend te vatten: “Het is uiteindelijk de kunst niet iets te zijn.”

Midden in het festivalhart op de NDSM-werf hangen negen eenpersoonsbedjes aan stalen constructies, waarin over een koptelefoon verschillende vrouwen vertellen over intimiteit, seksualiteit en sensualiteit. De bedjes maken onderdeel uit van het intrigerende project Bloos van theatermaker Marte Boneschansker. Ze interviewde negen vrouwen van tussen de vijftien en de negentig jaar oud. Op elk bedje hoor je een ander verhaal, dat steeds ongeveer een half uur duurt. Lees verder

Zeecontainers op Over het IJ: outsiders en superhelden

In elf zeecontainers verspreid over het festivalhart van Over het IJ, dat gisterenavond is begonnen, presenteren jonge makers kort nieuw werk. Het levert zoals elk jaar een grote veelzijdigheid aan voorstellingen op – dit jaar varieert het van duister ervaringstheater, sprookjesachtig objecttheater tot vrolijk vechttheater. Wat opvalt: qua vorm zijn alle voorstellingen zeer uitgesproken, maar inhoudelijk is het vaak nog erg pril.

Bijvoorbeeld de fascinerende solo De vrouw van nummer 376D, van regisseur Sanne Smits en actrice Lindsay Zwaan (die beiden volgend jaar aan respectievelijk de Regieopleiding en de Acteursopleiding van de Toneelschool Maastricht afstuderen). Achter een venster met jaloezieën zit Zwaan in een uitpuilend dikmaakpak. Vanachter haar raam observeert en bekritiseert ze de wereld daarbuiten. Dat levert een schrijnend en tegelijk komisch beeld op. Maar zo afgesloten als de leefwereld van dit personage, zo hermetisch is deze voorstelling in haar vorm. De vrouw sputtert zich door haar dag, reagerend op wat achter haar venster aan haar voorbijtrekt. De makers vinden daarin een mooie muzikaliteit – een ‘sfeer’ omschrijft het nog het beste – maar de voorstelling vindt geen focus en geen ontwikkeling. Daardoor blijft het concept schetsmatig. Lees verder

Seks in het bos en een reis naar de zon – Boslab Festival 2018

Je spaart zegeltjes en dan ga je dood, foto: Moon Saris

In en rondom het decor van De Meeuw – de jaarlijkse zomervoorstelling die over een maand in het Amsterdamse Bostheater te zien is – tonen jonge theatermakers tot en met zondag korte voorstellingen. Boslab Theaterfestival is poëtisch, intiem, bij vlagen vervreemdend en soms ook lekker vuig.

Vanuit een knus, geïmproviseerd festivalhart gidsen vrijwilligers de toeschouwers onvermoeibaar naar de verschillende locaties rondom het grote buitenpodium. Elf korte voorstellingen zijn er in totaal elke avond te zien. Het geheel biedt een spannende staalkaart van aanstormend theatertalent. Bijvoorbeeld de vorig jaar aan de toneelschool afgestudeerde Femke Arnouts. Haar solo Je spaart zegels en dan ga je dood is, zoals de titel al doet vermoeden, een absurdistisch kleinood waarin ze toont hoe de mens vastgesnoerd zit in burgerlijk stramien. Lees verder

Dromen van een ander leven – Oerol 2018

Foto: Moon Saris

Op Terschelling vond de afgelopen tien dagen de zevenendertigste editie van Oerol plaats.Verspreid over het eiland gingen in bossen, boerderijen, strand en duinen negentien voorstellingen in première.

In een hooggelegen duincomplex nabij de karakteristieke vuurtoren, speelt de voorstelling George en Eran worden racisten. Daarin vragen George Tobal en Eran Ben-Michaël (Syriër en Jood), samen met Milan Sekeris (witte Nederlandse man) en Myrthe Huber (vrouw) zichzelf de vraag: ben ik een racist? Al gauw verliezen ze zichzelf in goede bedoelingen, goedpraterij, seksisme en discriminatie in het algemeen.

Zo vindt Tobal dat hij recht heeft zichzelf ‘neger’ te noemen, de anderen vinden hem daar niet zwart genoeg voor (“je bent bruin!”). Tobal spreekt Ben-Michaël aan op wat hij ‘spinning Jew’ noemt (zelf iets fout doen en het dan vervolgens zo omdraaien dat je toch als slachtoffer uit de bus komt). De sullige Sekeris wil het vooral voor iedereen goed doen; hij voelt zich bovendien niet zo snel beledigt (“dus je hebt zelfs het privilege te kiezen wanneer je beledigd bent?”) en Huber is gewoon vrouw dus die mag meestal toch niet meepraten. Lees verder

Karavaan: theater in leegstande panden, op straat en het platteland

Aardappelvreters, foto: Bowie Verschuuren

Dit weekend begon de vijfentwintigste editie van festival Karavaan in Alkmaar. Het is de aftrap van de zomerfestivals, dus dat betekent dat we voorlopig vooral wegblijven van de reguliere theaterzalen. Karavaan duikt op in leegstaande panden, op straat en op het omliggende platteland.

In een stoffig, verduisterd pand in het centrum van de stad, spelen Quintijn Relouw en Sjoukje Böing hun woordloze voorstelling Phobo Phobo. We zien een bejaard echtpaar dat zich rigoureus van de wereld heeft afgesloten. Uitgeblust en vastgeroest zitten ze opgesloten in hun donkere kamertje, tussen ingeblikt augurken en perziken – en zelf niet minder ingeblikt.

Door de duistere, associatieve en soms hallicunante beeldtaal lijkt het soms alsof je in een voorstelling van het Vlaamse theatercollectief Abattoir Fermé bent beland. Het mooist zijn de spaarzame momenten van tederheid – bijvoorbeeld wanneer de vrouw haar man uitkleedt om hem met een natte doek te wassen. Of de liefdevolle maar strenge klappen die zij hem soms geeft.

Door de veelheid aan losse aanzetjes voelt de voorstelling van deze jonge makers nog niet helemaal af. Het is prettig dat ze niet de neiging hebben alles in te lossen (wat doet bijvoorbeeld die baby op sterk water in een oude augurkenpot in de hoek?), maar door gebrek aan focus gaat de voorstelling uiteindelijk toch kabbelen. Lees verder

SPRING maakt medeplichtig

Permanent Destruction – The SK Concert, foto: Sanne Peper

Er is de laatste jaren een interessante tendens gaande in de theaterwereld. De theatermaker presenteert zijn werk steeds vaker buiten het theater. Zo ook op SPRING Festival in Utrecht.

Het festival profileert zich niet alleen als genre-overschrijdend en -overstijgend, maar ook in meerdere mate out of the blackbox. En dan hebben we het niet over koddig straattheater, dan noemen we het liever ‘kunst in het publieke domein’.

Niet voor niets opende het festival vorige week met een massachoreografie met maar liefst honderd performers, niet ín, maar vóór de Utrechtse stadsschouwburg. Ook Dries Verhoeven, vaste gast van het festival (en altijd garant voor de nodige controverse) eist de openbare ruimte op. Op stadsplein De Neude moesten de grote terrassen dit zonnige weekend wijken, dat alleen al was genoeg aanleiding voor de nodige opschudding. Lees verder

Proeven, profileren, doorstromen – een introductie in de MBO theateropleidingen

v.l.n.r. Bam Verstijnen, Jeroen van Lokven, Nora van Dartel, Tessa Vissers tijdens een schoolvoorstelling op het Koning Willem I College in Den Bosch. Foto: Boogert van den Maud

Nederland kent een flink aantal MBO theateropleidingen. Onderling verschillen ze enorm. Hoe is zo’n opleiding opgebouwd, op welke manier profileren de verschillende instellingen zich en vooral: waar komen studenten na hun afstuderen terecht?

In 2002 startte Louis Lemaire de eerste MBO theateropleiding in samenwerking met het regionale opleidingencentrum (ROC) in Rotterdam. Hij kon in eerste instantie op behoorlijk wat weerstand rekenen. Niet alleen van de bestaande toneelscholen binnen het HBO, ook de VSCD zette vraagtekens, herinnert Peter van der Linden, teamcoördinator bij de opleiding Artiest | Theater aan het ROC in Tilburg, zich. ‘Die kritiek aan het begin was natuurlijk niet geheel onterecht. Je moet je voorstellen dat er ineens tien scholen met afstudeerklassen bijkwamen, terwijl het voor de bestaande toneelscholen natuurlijk al lastig genoeg was om hun studenten aan het werk te krijgen.’ Lees verder